Adviseren

Waarop heeft de oudercommissie adviesrecht?

 

Een oudercommissie heeft het recht (on)gevraagd te adviseren over:

  • de uitvoering van het kwaliteitsbeleid, in het bijzonder het pedagogisch beleid (m.b.t. de kwaliteit van het personeel, de groepsbezetting en het pedagogisch beleid)
  • het algemeen beleid op het gebied van voeding, opvoeding, veiligheid en gezondheid
  • de openingstijden
  • het beleid rondom voorschoolse educatie
  • vaststelling en wijziging van de klachtenregeling
  • wijzigingen van de prijs van de kinderopvang

 Deze adviesrechten zijn in de Wet kinderopvang opgenomen.

De adviesprocedure

De kinderopvangorganisatie is verplicht de oudercommissie schriftelijk om advies te vragen wanneer er sprake is van wijzigingen of nieuw beleid in een van bovenstaande adviesonderwerpen. Dit moet gebeuren op een moment dat het advies nog van wezenlijke invloed kan zijn. Het is gebruikelijk dat de oudercommissie vier weken de tijd krijgt om het advies uit te brengen. Deze termijn gaat in op het moment dat de oudercommissie over genoeg informatie beschikt om een afgewogen advies te kunnen geven. De opvang is verplicht om de oudercommissie tijdig te voorzien van alle relevante informatie.

Nadat de oudercommissie advies heeft uitgebracht dient de directie of vestigingsmanager schriftelijk te reageren. Een negatief advies kan alleen gemotiveerd en beargumenteerd worden afgewezen. Er moet dan worden aangetoond dat het opvolgen van het advies ten koste zou gaan van de kwaliteit of de kosten van de opvang. Dit geldt ook voor tijdelijke wijzigingen.

Ongevraagd adviseren

De oudercommissie mag ook ongevraagd adviseren. Als de oudercommissie ongevraagd advies heeft uitgebracht, is de opvang niet verplicht te reageren. In de meeste gevallen zal de opvang ongevraagd advies overnemen, bespreken met de oudercommissie of gemotiveerd afwijzen. 


Adviseren over kwaliteit

 

Structuurkenmerken

We raden aan om in eerste instantie te letten op de structurele kwaliteit van de opvang. Dat zijn onder andere het aantal vierkante meters speelruimte, het pedagogisch beleid en de opleiding van de medewerkers. Een goede eerste stap is het vergelijken van het pedagogisch beleidsplan van de opvang met de kwaliteitseisen uit de Wet kinderopvang en de beleidsregels. De volgende stap is met behulp van het GGD inspectierapport te controleren of de opvang ook in de praktijk aan de eisen voldoet. Tot slot kunt u kijken of het pedagogisch beleid is vertaald in een pedagogisch werkplan. Deze geeft pedagogisch medewerkers handvatten om te handelen volgens het pedagogisch beleid.

Proceskwaliteit

In tweede instantie kan gekeken worden naar de proceskwaliteit. Deze is voor een groot deel afhankelijk van de interactie van de pedagogisch medewerkers met de kinderen. De oudercommissie kan onderzoeken in hoeverre de opvang aandacht besteed aan deze interactievaardigheden. De oudercommissie heeft hierover geen adviesrecht, maar kan de opvang wel tips geven.

In de brochure ‘Pedagogosiche kwaliteit kinderopvang’ hiernaast vindt u uitgebreide informatie over beide kwaliteitsaspecten.

 

Lees meer over de verantwoordelijkheden van de oc