Alternatieve ouderraadpleging (AOR)
In de kinderopvang hebben ouders recht op inspraak over belangrijke onderwerpen, zoals bijvoorbeeld het pedagogisch beleid, openingstijden, tarieven en hoe de opvang klachten afhandelt. Normaal gesproken hoort dit via een oudercommissie te gebeuren. Soms komt een oudercommissie, ondanks serieuze en herhaalde inspanning van de organisatie, niet van de grond.
Alternatieve ouderraadpleging: hoe zit het?
De overheid vindt het belangrijk dat ouders altijd kunnen meedenken over de kwaliteit van de opvang. Oók als er onverhoopt geen oudercommissie is. Daarom biedt de wet aan kleinere opvanglocaties de mogelijkheid een andere vorm van ouderinspraak organiseren als een oudercommissie. Dat is Alternatieve Ouderraadpleging (AOR). Hiermee kan dan toch invulling worden gegeven aan de wettelijk verplichte inspraak van ouders.
Er zijn voorwaarden die gelden voor het inzetten van AOR. In de wet staat dat alternatieve ouderraadpleging alleen mag plaatsvinden bij kinderopvanglocaties waar maximaal 50 kinderen gebruik van maken. Let op: het gaat hierbij dus echt om maximaal 50 kinderen en dus 50 contracten op de betreffende locatie, het gaat hier nadrukkelijk níet om kindplaatsen! Hier is vaak verwarring over. Ook een gastouderbureau waarbij maximaal 50 gastouders zijn aangesloten mag, onder voorwaarden, gebruik maken van alternatieve ouderraadpleging.
AOR inzetten mag alleen als:
- De locatie klein is (≤ 50 kinderen / ≤ 50 gastouders).
- De houder aantoonbaar en continu heeft geprobeerd een oudercommissie in te stellen en dat ook blijft doen.
- Die wettelijke inspanningsplicht om een oudercommissie in te stellen blijft aantoonbaar steeds bestaan - ook na start en tijdens de inzet van AOR.
- De gekozen vorm voor alternatieve ouderraadpleging het volledige wettelijke adviesrecht van ouders waarborgt.
- Alle ouders die gebruik maken van de betreffende locatie of van de aangesloten gastouders kunnen deelnemen én worden geconsulteerd over wettelijke adviesonderwerpen.