Vul onze peiling in over de inzet beroepskrachten in opleiding op de groep van jouw kind!
Wij horen graag jouw ervaring met beroepskrachten in opleiding (BIO’s) op jouw locatie. Wat merk jij hiervan? En hoe kijk jij naar hun rol op de groep?
Meedoen duurt ongeveer 3 minuten en je antwoorden worden anoniem verwerkt. Laat je stem horen!
Op veel kinderopvanglocaties werken beroepskrachten in opleiding (BIO’s). Dit zijn MBO-studenten die nog een opleiding volgen tot pedagogisch professional en zij werken ondertussen mee op de groep met kinderen. Sinds 2022 mogen zij vaker meetellen in de personeelsbezetting (binnen de BKR) en het ministerie wil dit per 1 juli 2026 definitief maken.
Wil je hier meer over weten? Lees dan onze informatie op de themapagina Veiligheid en Personeel.
De oorspronkelijke regel dat maximaal 33% van de medewerkers in een kinderdagverblijf of bso in opleiding mocht zijn, had als doel dat voorál ervaren en goed opgeleide medewerkers op de groep werkten. Zo bleven de opvang, de veiligheid en de kwaliteit goed. Leerlingen in opleiding konden op deze manier begeleid worden door ervaren collega’s en van hen leren. Ook werd het inzetten van leerlingen in opleiding als goedkope kracht hiermee beperkt.
Sinds 1 januari 2022 is de inzet van beroepskrachten in opleiding verruimd. Kinderopvangorganisaties mogen sindsdien meer medewerkers in opleiding meetellen in de formatie. Dit betekent dat medewerkers die nog in opleiding zijn, mogen meetellen als onderdeel van het vaste team. Zij tellen dus mee voor het minimale aantal beroepskrachten dat volgens de regels op een kindercentrum aanwezig moet zijn. Het maximum is verhoogd van 33% naar 50% van het totale aantal beroepskrachten dat minimaal op een kindercentrum aanwezig moet zijn. Deze maatregel is door het Ministerie van SZW genomen vanwege het personeelstekort in de kinderopvang.
Die maatregel is nu nog tijdelijk. Het ministerie wil dit definitief maken per 1 juli 2026.
Met deze vragenlijst willen wij graag te weten komen:
- wat jij als ouder hiervan merkt,
- wat je ervaringen zijn,
- en hoe je kijkt naar het dragen van (gedeelde) verantwoordelijkheid door studenten bij de opvang van je kind(eren)
De uitkomsten gebruiken wij in gesprekken over dit onderwerp, onder andere met Tweede Kamerleden. Ook kunnen we de resultaten delen met de minister die verantwoordelijk is voor kinderopvang.