Blog | Arme troef
Gjalt Jellesma, voorzitter BOinK
"Dit artikel is met toestemming van de redactie overgenomen uit Management Kinderopvang, nr. 3
'Het verschil met de uitgaven voor onderwijs is ronduit onthutsend'
We doen de kinderopvangsector tekort wanneer we geen oog hebben voor ondernemers – of in een aantal gevallen combinaties van ondernemers – die op eigen initiatief en voor eigen rekening onderzoek doen. Onderzoek is altijd nuttig, maar leidt niet automatisch tot innovatie. Er is sprake van versnippering, want logischerwijs blijven inzichten uit eigen onderzoek vaak beperkt tot de eigen organisatie.
Universiteiten en hogescholen zijn voortdurend op zoek naar middelen om onderzoek mogelijk te maken. SZW als verantwoordelijk ministerie zet zelf ook onderzoeken uit. Die onderzoeken zijn vaak beleidsondersteunend en op zich is dat misschien ook wat je van een ministerie kan verwachten. Wanneer je echter een optelsom maakt van deze verschillende bronnen gaat het nog steeds om heel weinig onderzoek. Wat bovendien lang niet altijd sectorbreed gedeeld wordt.
Eind vorig jaar verscheen een rapport van de Kinderopvangraad, getiteld Naar een innovatie-infrastructuur voor de Kinderopvang. Die titel is niet toevallig gekozen. Want hoe innovatief is de kinderopvang nu eigenlijk? In het rapport staat een stevig pleidooi voor het inrichten van een innovatie-infrastructuur in de kinderopvang. Het ontbreken daarvan is vrees ik toch weer het zoveelste bewijs dat de kinderopvang als ontwikkelingsinstrument nog steeds niet ‘echt’ serieus wordt genomen.
Als het gaat om het beschikbare budget, wordt een vergelijking gemaakt met twee aanpalende sectoren. Het verschil met de gezondheidszorg is duizelingwekkend. Alles optellend wordt in die sector vierduizend keer zoveel aan kennisinfrastructuur uitgegeven in vergelijking met de kinderopvang. Maar we vergelijken hier toch een beetje appels met peren. Niet alleen werken er acht keer zoveel mensen en gaat het soms letterlijk over leven en dood, ook strekt het onderzoek zich over een veel breder terrein uit dan dat in de kinderopvang het geval is.
De vergelijking met die andere aanpalende sector, het onderwijs, gaat daarentegen wel degelijk op. Tenminste wanneer je, zoals James Heckman al tientallen jaren geleden deed, inziet dat de eerste jaren zeer bepalend zijn voor de ontwikkeling van een kind en diens positie als volwassene in de maatschappij. En nooit onbelangrijk: dat investeren in deze periode zich meer dan dubbel en dwars uitbetaalt.
We beperken ons even tot het funderend onderwijs (0-12 jaar) om de vergelijking met de kinderopvang zo feitelijk mogelijk te maken. De besteding vanuit het ministerie van OCW is 70 miljoen; dat is 70 keer zo groot als de uitgaven voor dit doel door SZW. Maar of het nu 70 of 50 keer is, het verschil blijft ronduit onthutsend. Het is nu armoede troef en met de voorgenomen stelselwijziging kan er een belangrijke stap worden gezet.
Daarom de oproep aan de minister om per 1 januari 2029 negen miljoen beschikbaar te stellen. Dat is negen keer zoveel als nu, maar niet meer dan 0,1% van de negen miljard die dan aan kinderopvang uitgegeven wordt. De 0,1% zou met ingang van volgend jaar opgebouwd kunnen worden. Waarbij de sector en het ministerie gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen voor het opbouwen van een robuuste kennisstructuur.