Die lopen uiteen: van toegankelijke en betaalbare opvang en minder regeldruk tot een sterke samenwerking met ouders en investeren in kwaliteit. Eén boodschap klinkt overal door: wat er ook speelt, het belang van het kind staat voorop.
Gjalt Jellesma, voorzitter van BOinK:
‘BOinK hoopt dat in 2026 het besef doorbreekt dat het tekort aan plaatsen de komende jaren helaas realiteit zal blijven. Het verder uithollen van de met veel moeite opgebouwde kwaliteit door steeds meer niet-voldoende gekwalificeerd personeel in te zetten is een heilloze weg.
De enige manier waarop de kinderopvang aantrekkelijk blijft, is door inzetten op een goede werkomgeving, waarbij de inhoud van het vak voorop staat. Het opvoeren van de werkdruk, door naast gekwalificeerde werknemers onervaren mensen te zetten die soms nauwelijks aan hun opleiding begonnen zijn, werkt averechts. De kinderopvang zal het qua beloning nooit van het basisonderwijs winnen en vanuit de overheid zal de prioriteit altijd meer bij het personeelstekort in de zorg liggen.
Nu twee jaar geleden heeft BOinK gezegd dat we de schaarste moeten verdelen. Iedereen heeft twee dagen recht op kinderopvang en wie op zijn werk niet gemist kan worden (zorg, politie, onderwijs, kinderopvang etc.) heeft recht op een derde dag, maar dat is altijd een woensdag of een vrijdag.
Hoezeer BOinK ook hoopt op een nieuw solide financieringsstelsel, het zal het tekort aan kinderopvang capaciteit uiteindelijk alleen maar verhogen. Dat neemt niet weg dat we de kans op een voor ieder kind goed toegankelijke kinderopvang niet moeten laten liggen.’