Blog | Dé ouder bestaat niet
Gjalt Jellesma, voorzitter BOinK
"Dit artikel is met toestemming van de redactie overgenomen uit Management Kinderopvang, nr. 1
Wij als BOinK, de sector kinderopvang, maar ook wetenschappers en politiek, willen dolgraag weten wat er in het hoofd van de ouder omgaat. Recent verscheen er weer een onderzoek waarin een aantal opmerkelijke uitkomsten stonden.
Ik start met de meest frappante: ouders zouden de komst van een tweede kind heroverwegen vanwege de hoge kosten van kinderopvang. Het zou natuurlijk zorgelijk zijn als dit het gevolg was van te weinig inzicht in hoe de kinderopvangtoeslag in elkaar steekt. Feitelijk is een tweede kind goedkoper, maar ja, twee kosten meer dan één.
Onderbouwt de ontwikkeling van de geboortecijfers over de afgelopen 10 jaar daadwerkelijk het effect van de hoge kosten van kinderopvang? Nee, dat effect is niet echt zichtbaar. Gedurende deze periode bleef 20 tot 25% van de vrouwen kinderloos, nog eens 20 tot 25% kreeg één kind, 40 tot 45% kreeg twee kinderen, 15 tot 20% kreeg drie kinderen en minder dan 10% kreeg meer dan drie kinderen.
In 2026 krijgen ouders met een inkomen tot 56.000 euro 96% van de kinderopvang door de overheid vergoed. Daarmee wordt voor een steeds grotere groep ouders kinderopvang bijna gratis. Of deze trend zich voortzet zal sterk afhangen van de komende kabinetsformatie. De vraag is: gaan ouders de komende jaren nu ook daadwerkelijk vaker voor een tweede kind? Wat opvalt is dat in de groep mensen die nu al recht heeft op 96% toeslag veel grote gezinnen voorkomen. Dit lijkt overigens meer cultureel bepaald.
Die hoge toeslag heeft overigens niet tot gevolg dat de groep ouders met de laagste inkomens veel gebruik maakt van kinderopvang; het tegenovergestelde is eerder het geval. De relatie tussen de kosten van kinderopvang en de grootte van gezinnen is, kijkend naar de cijfers, moeilijk aan te tonen. Wat we wel weten is dat met een steeds hoger opgeleide bevolking en een stijgende welvaart, gezinnen kleiner worden. Denk daarbij aan de hoge kosten die gepaard gaan met het opvoeden van een kind.
Wat ook in de media kwam was dat maar 6% van de ouders het ermee eens was dat er winst werd gemaakt in de kinderopvang. Nu heb ik ooit een interessante discussie gevoerd met een echte maatschappelijke ondernemer die fel tegen het maken van winst was. Wat ik echter wel moest begrijpen was dat zij wel een zeker rendement moest maken omdat er nu ook eenmaal een financiële buffer moest worden opgebouwd voor het geval dat de overheid zou volharden in het financiële jojobeleid. Er zijn maatschappelijke ondernemers die 10% rendement – zo u wilt winst – maken, maar daar zeer verantwoorde dingen mee doen.
‘Heroverwegen ouders tweede kind vanwege opvangkosten?’
Ik twijfel er niet aan dat dit onderzoek echt de antwoorden van ouders weergeeft. Hecht ik veel waarde aan de uitkomsten? Nee, dat niet. Besluiten van ouders zijn gebaseerd op vele factoren, maar ook op toeval. Niet alleen de vraagstelling, maar ook het inzicht van de ondervraagden is zeer bepalend voor de uitkomst. Inzicht in wat ouders denken, zo weet BOinK al 30 jaar, blijft kortom een grote uitdaging.