Seksuele ontwikkeling

Alle kinderen maken een seksuele ontwikkeling door. Kinderen verkennen in hun eigen tempo het eigen lichaam en dat van anderen.

Vaak is seksualiteit voor volwassenen een meer beladen onderwerp dan voor kinderen. Het is daarom  van belang dat de (professioneel) opvoeder vanuit een ‘kinderbril’ het gedrag van het kind bekijkt en zich afvraagt of het gedrag hoort bij de ontwikkeling en leeftijdsfase.

Als twee kinderen samen spelen, is het goed om te bekijken of het spel met wederzijdse instemming plaatsvindt. Ook is het belangrijk dat de kinderen in min of meer dezelfde ontwikkelingsfase zitten. Als er een groot leeftijdsverschil is tussen kinderen, zitten ze in verschillende ontwikkelingsfases en hebben  ook andere behoeftes. Als twee kinderen van vier jaar samen doktertje spelen, doen ze dat omdat ze beiden in dezelfde fase zitten: een fase waarin ze hun lichaam en gevoelens aan het ontdekken zijn. Een ouder kind, bijvoorbeeld van tien jaar, dat met een kind van bijvoorbeeld vier jaar doktertje speelt scheelt in zijn seksuele ontwikkeling te veel jaar van het kind van vier. Een kind van tien jaar is de fase van ontdekking al voorbij.

Het is aan het begin van de puberteit en beleeft seksualiteit op een andere manier. Seksueel gedrag van kinderen wordt over het algemeen geaccepteerd binnen bepaalde grenzen. Maar die grenzen kunnen voor iedereen anders liggen. Dat is afhankelijk van de persoonlijke  waarden en normen van de beroepskracht, de waarden en normen van de kinderopvangorganisatie en/of de waarden en normen van de ouders.

Wanneer er vermoedens bestaan dat er (seksuele) grenzen zijn overschreden dan volgt een andere route. Meer informatie over seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen leest u in deel 3 van het Protocol ‘kindermishandeling en grensoverschrijdend gedrag’ voor de kinderopvang.

Lees meer: gezonde seksuele ontwikkeling van kinderen van 0 – 4 jaar en van 4 – 12 jaar

Vriendschap sluiten begint al bij baby’s!

In de kinderopvang zijn kinderen volop in contact met andere kinderen. Kinderen leren hier met elkaar omgaan; wachten op je beurt, samen spelen en samen delen. Op die manier wordt ook de basis voor vriendschappen gelegd!
Bij baby’s begint dat met naar elkaar kijken, lachen en elkaar aanraken. Andere vormen van contact leggen zijn bijvoorbeeld het herhalen van geluiden of gezichtsuitdrukkingen imiteren. Baby’s zoeken naar bevestiging dat je hem hoort en ziet. Een andere vorm van contact maken ontstaat na acht maanden wanneer je baby bewust leeftijdsgenootjes aanraakt.

Peuters spelen niet echt met elkaar. Eerder naast elkaar. Het is heel normaal dat ze moeite hebben om speelgoed te delen. Daarentegen zijn peuters vaak erg gul in het uitdelen van knuffels en kusjes en kruipen ze graag tegen elkaar aan.

Kleuters spelen steeds meer met elkaar in plaats van alleen. Vaak doen ze dat in een fantasiespel met eigen regels. Door samen te spelen leren ze elkaar steeds beter kennen. Ze ontdekken wat ze wel en niet fijn vinden. Ze merken wat anderen leuk aan hen vinden. En ze zien hoe anderen reageren als ze iets niet willen. Van het samen spelen leren kleuters ook praten over hun gedachten en wensen. En samen vinden ze uit hoe ze rekening met elkaar kunnen houden.
 
Door samen te spelen leren kinderen sociale vaardigheden die zij hebben ontwikkeld vanuit eigen ervaringen en het voorbeeld wat zij van volwassenen of andere kinderen hebben gezien.
Hoe kun je je peuter/kleuter ondersteunen bij hun eerste vriendschappen en speelafspraakjes?
Als je kleuter naar school gaat, maken ze makkelijk speelafspraakjes. Met iemand thuis spelen is voor je kind een andere manier om te leren hoe je volgende met anderen kunt omgaan.

Bij sommige kinderopvangorganisaties wordt wel eens een vriendjesweek georganiseerd. Dan mogen vriendjes die niet naar de kinderopvang gaan een keertje komen spelen. Tijdens zo’n vriendjesweek worden veel activiteiten georganiseerd speciaal gericht op vriendschap. Zoals vriendschapsspelletjes, activiteiten die vriendschap bevorderen en foto’s maken van alle vriendjes en vriendinnetjes.

Terug naar de overzichtspagina Pedagogische klimaat