Blog | De eeuwige wachtlijst
Gjalt Jellesma, voorzitter BOinK
"Dit artikel is met toestemming van de redactie overgenomen uit Management Kinderopvang, nr. 5
Zolang ondergetekende actief is in de sector kinderopvang zijn er eigenlijk altijd wachtlijsten geweest. Zelfs in de jaren dat er zwaar bezuinigd werd op kinderopvang en je zou verwachten dat de wachtlijsten als sneeuw voor de zon zouden verdwijnen, was dat niet het geval. Nu is- ik hoor de ontkenning al- een wachtlijst eigenlijk best comfortabel. Nooit een tekort aan klantjes en een grote voorspelbaarheid waar het gaat om inzet en noodzakelijke groei.
Regelmatig horen wij dat wanneer alle ouders nog maar 4% gaan betalen het gebruik van kinderopvang sterk gaat toenemen. Dat zou best eens wishfull thinking kunnen zijn. Natuurlijk speelt geld een rol, het Nederlandse geklaag over te dure kinderopvang verstomt nooit. Waarbij het overigens zelden over de nettobijdrage van de ouder gaat. Culturele veranderingen worden natuurlijk beïnvloed door economische omstandigheden. Echter wanneer het om persoonlijke opvattingen gaat, gaan die veranderingen erg langzaam en zijn ze nauwelijks beïnvloedbaar.
Wie kijkt naar het gebruik van kinderopvang bij de hoogste inkomensgroepen ziet ook daar een gemiddeld gebruik van ergens tussen de twee à drie dagen opvang per week. De echte winst valt vooral te behalen bij de groep ouders die gemiddeld lager opgeleid is dan het leeuwendeel van de ouders die nu gebruik maakt van kinderopvang. Zij behoren ook economisch tot het meer kwetsbare deel van onze samenleving en gebruiken geen of gemiddeld veel minder kinderopvang. Helaas gaan die ouders onder de nieuwe wet er geen cent op vooruit.
Er is echter nog een ander addertje onder het gras. Werden er in 2020 nog gemiddeld 1.545 kind per vrouw geboren, in 2025 was dat met bijna 9% gedaald (1.418). Bedenk daarbij dat er tijdens de covid-jaren ook nog sprake was van een kleine babyboom. Wat opvalt is dat deze daling kijkend naar de afgelopen 10 jaar niet afzwakt, maar onverminderd doorzet. Dat afnemende aanbod van baby's zal dus ook gecompenseerd moeten worden. Groei bij een afnemend aantal kinderen kan alleen gerealiseerd worden bij een groter gebruik van kinderopvang per kind.
Het zou, kortom, zomaar kunnen zijn dat we met een miljoen kinderen in de kinderopvang de piek voorlopig bereikt hebben. Want wat we ook niet moeten vergeten is dat naast de afnemende kinderwens, de jongste generatie ook aangeeft minder te willen werken. Het is niet ondenkbaar dat die wens om minder te werken door het toenemend gebruik van AI zomaar in vervulling gaat.
Bij 96% kinderopvangtoeslag voor iedereen lijkt financiële stabiliteit gegarandeerd. Maar ook dan kan er nog steeds aan de knop van de maximaal vergoede uurprijs gedraaid worden. In Amsterdam waar de ontwikkelingen vaak vooruitlopen op de rest van het land is er sprake van een vraaguitval van zo’n 20%. De vraag is of dit tijdelijk is of een trend die doorzet. Laten we beleid gericht op personeelstekort en niet te vergeten gebrek aan locaties niet baseren op politiek wensdenken en op persoonlijke opvattingen maar op het nauwkeurig monitoren van de vraag. De eeuwige wachtlijst blijft nog even want de vraag naar kinderopvang blijft altijd onvoorspelbaar.