Pedagogische kwaliteit van kinderopvang

De kwaliteit van kinderopvang kan omschreven worden als datgene dat de opvang verantwoord maakt. Naast de veiligheids- en gezondheidsaspecten is de pedagogische kwaliteit bepalend. Hoge pedagogische kwaliteit zorgt ervoor dat kinderen zich op een optimale manier kunnen ontwikkelen. Uit onderzoek blijkt dat de kwaliteit van de kinderopvang effect heeft op de ontwikkeling en het welbevinden van een kind. In de kwaliteit onderscheiden we structurele kwaliteit en proceskwaliteit.  

Tip: de oudercommissie heeft adviesrecht op meerdere kwaliteitsaspecten van de opvang. In het bijzonder op het pedagogisch beleid.

Wettelijke richtlijnen

In de ‘Wet kinderopvang' worden minimum eisen gesteld aan de kwaliteit van de opvang. Deze wet stelt dat de opvang moet zorgen voor ‘verantwoorde kinderopvang’. Dit begrip is uitgewerkt in de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) en een Ministeriële Regeling. Beide zijn wettelijke voorschriften waarvan niet mag worden afgeweken. Er worden eisen gesteld aan o.a. de groepsgrootte, stamgroepen, het aantal kinderen per pedagogisch medewerker (de beroepskracht-kindratio), voorwaarden voor een opendeurenbeleid, vierogenprincipe en eisen aan het pedagogisch beleidsplan en de accommodatie.

Kwaliteit in de praktijk

Pedagogische kwaliteit bestaat uit twee pijlers: structurele kwaliteit en proceskwaliteit. Structurele kwaliteit wordt gebaseerd op structuurkenmerken, bijvoorbeeld:

  • het aantal vierkante meters van de binnen- en buitenruimte
  • veiligheid
  • hygiëne 
  • groepssamenstelling en –grootte (stabiliteit)
  • het aantal kinderen in verhouding tot het aantal pedagogisch medewerkers (beroepskracht-kindratio)
  • opleidingsniveau van de pedagogisch medewerkers
  • pedagogisch beleid
  • het spelmateriaal.

Per opvangsoort gelden andere eisen voor deze structurele kwaliteit.

Proceskwaliteit is de kwaliteit van de ervaringen die kinderen opdoen in hun interacties met de sociale en materiële omgeving. Het gaat bijvoorbeeld om het contact met leeftijdgenootjes en/of de groepsruimte de ontwikkeling van het kind stimuleert. Structuurkenmerken zijn van invloed op de proceskwaliteit van de kinderopvang. Deze kwaliteit is moeilijk te waarborgen via regels en wetten, maar vereist een kritische blik en continue scholing van pedagogisch medewerkers.

Ook de omgang tussen ouder en opvang is van invloed op de pedagogische kwaliteit. Ouders en kinderopvangorganisaties zijn partners in opvoeding. Regelmatig uitwisselen van informatie tussen de ouders en de pedagogisch medewerkers heeft een positieve invloed op het welbevinden van het kind in de kinderopvang (voelt het kind zich prettig?). Een goede uitwisseling zorgt op zichzelf dus al voor een betere kwaliteit van de opvang!

In de brochure pedagogische kwaliteit is bovenstaande informatie verder uitgewerkt. De brochure vind je in de kolom hiernaast.

Pedagogisch beleid

De kinderopvang is niet alleen een plek waar kinderen worden opgevangen en verzorgd en enkel een leuke tijd hebben. Kinderen worden er opgevoed en begeleid en gestimuleerd in hun ontwikkeling. Ouders zijn de eerstverantwoordelijken in de opvoeding van hun kinderen. Als zij hun kinderen naar de kinderopvang brengen, delen zij de opvoeding.

Een belangrijke taak die de oudercommissie kan vervullen is: de gedeelde opvoeding als gespreksonderwerp tussen ouders en kinderopvang meer tot leven doen komen. Het pedagogisch beleidsplan bevat de opvoedkundige uitgangspunten van een kinderopvangorganisatie.

Elke kinderopvangorganisatie is verplicht een dergelijk plan te hebben. Dit plan kan een mooie aanleiding tot inhoudelijke gesprekken zijn. De kinderopvangorganisatie is dan ook wettelijk verplicht om jaarlijks een gesprek te voeren met de oudercommissie over het al gevoerde pedagogisch beleid en over de invulling van het nog te voeren pedagogisch beleid.

Benieuwd naar meer?
Bekijk de brochures aan de rechterkant van deze pagina en ontdek hoe kwaliteit in de kinderopvang er in de praktijk uitziet.

-

Elke kinderopvanglocatie heeft een pedagogisch beleidsplan, of het nu gaat over dagopvang, bso of gastouderopvang. Dat is verplicht volgens de Wet kinderopvang. Het beleidsplan moet openbaar zijn, zodat iedereen het kan lezen.

Ouders kunnen erin lezen wat de visie en het beleid van de organisatie zijn, en hoe zij dat in praktijk brengt. Voor medewerkers is het belangrijk omdat het beschrijft wat er van hen wordt verwacht op de groep. Aan de hand van het pedagogisch beleidsplan toetst de kinderopvanginspectie van de GGD of de locatie voldoet aan wet- en regelgeving en of er gehandeld wordt volgens het pedagogisch beleid.

 

 

De onderwerpen van het pedagogisch beleidsplan

In het pedagogisch beleidsplan worden in ieder geval de onderstaande onderwerpen opgenomen en uitgewerkt (niet perse in deze volgorde):

  • Missie en visie van de organisatie;
  • De wijze waarop de vier doelen, die de Wet IKK koppelt aan ‘verantwoorde kinderopvang’ in het beleid zijn verwerkt en in de praktijk vorm krijgen;
  • De wijze waarop de ontwikkeling van kinderen structureel wordt gevolgd (observeren en registreren);
  • De communicatie met ouders over de ontwikkeling van hun kind (dagopvang: verplicht aanbod; bso: indien nodig en/of gewenst);
  • De overdracht naar het basisonderwijs en bso (vanuit de dagopvang);
  • De wijze waarop wordt gehandeld als er bijzonderheden worden gesignaleerd in de ontwikkeling van het kind (zorgstructuur intern en extern);
  • De taken die beroepskrachten in opleiding, stagiairs en vrijwilligers kunnen uitvoeren en de wijze waarop zij hierbij worden begeleid;
  • De wijze waarop het mentorschap binnen de organisatie is geregeld;
  • De wijze waarop de drie-uursregeling wordt toegepast bij afwijken van BKR bij aaneengesloten openstelling van 10 uur of langer (0,5 uur bij bso tijdens schoolweken);
  • De werkwijze, maximale omvang en leeftijdsopbouw van de stamgroepen of basisgroepen en het aantal beroepskrachten dat wordt ingezet;
  • Bij welke (spel)activiteiten kinderen hun stamgroep verlaten en hoe dat is georganiseerd (dagopvang);
  • Het wenbeleid bij start of doorstroom naar een andere stamgroep of basisgroep;
  • Het beleid ten aanzien van het gebruik maken van kinderopvang gedurende extra dagdelen;
  • Indien van toepassing, de wijze waarop meertalige opvang in het kindercentrum wordt vormgegeven.

Deze onderwerpen staan in artikel 3 (dagopvang) en artikel 12 (bso) van het Besluit kwaliteit kinderopvang.

 

Samenwerking tussen pedagogisch professional en de ouders

Een goede samenwerking met ouders is heel belangrijk voor de ontwikkeling en het welzijn van kinderen in de kinderopvang. Ouders en pedagogisch professionals delen samen de zorg voor het kind en brengen ieder hun eigen kennis en ervaring in. Door informatie uit te wisselen en de aanpak thuis en op de opvang op elkaar af te stemmen, ontstaat er samenhang voor het kind tussen beide leefwerelden. Dit geeft kinderen een gevoel van veiligheid en helpt hen zich beter te ontwikkelen.

Tegelijk bouwen ouders en professionals aan een vertrouwensband en een gelijkwaardige relatie, waarin zij elkaar versterken en ondersteunen. Voor oudercommissies is dit een belangrijk aandachtspunt: een goede samenwerking draagt direct bij aan de kwaliteit van de opvang en aan een omgeving waarin ieder kind zich optimaal kan ontwikkelen.

Het Expertisecentrum Kinderopvang heeft veel informatie over de samenwerking met ouders op haar website staan. Bekijk ook de peiling over samenwerken voor het kind. Deze vragen geven inzicht en tips over wat er belangrijk is in de samenwerking met pedagogisch professionals om goed aan te kunnen bij de behoeften van ouders en hun kind.

Terug naar de overzichtspagina Kwaliteit & Wet kinderopvang