Veiligheid & personeel

Kinderen zijn heel kwetsbaar, daarom is het belangrijk dat er goed naar de veiligheid wordt gekeken. Onderstaande maatregelen zijn er om de veiligheid zoveel mogelijk te waarborgen.

Verklaring omtrent gedrag

Personen die werkzaam zijn in de kinderopvang (inclusief kantoorpersoneel) moeten in het bezit zijn van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Justis geeft een VOG af als blijkt dat het gedrag van een (rechts)persoon in het verleden geen belemmering vormt om een bepaalde taak of functie uit te oefenen. Het kan voorkomen dat er iemand in de kinderopvang werkt tegen wie verdenkingen van strafbare feiten bestaan, maar die (nog) niet is veroordeeld. Op een degelijk moment kan deze persoon (nog) wel een VOG ontvangen.

Een VOG is niet verplicht voor personen die incidenteel worden ingezet, zoals ouders die als extra begeleiding met een uitje mee gaan.

 

Continue screening

Continue screening betekent dat er dagelijks wordt gekeken of mensen die werken in de kinderopvang of peuterspeelzalen nieuwe strafrechtelijke gegevens op hun naam hebben staan.

Indien er een bedreiging voor een veilige omgeving voor kinderen lijkt, krijgt de kinderopvangorganisatie of het gastouderbureau via de gemeente en GGD een signaal. De kinderopvangorganisatie of het gastouderbureau verzoekt de werknemer of gastouder om een nieuwe VOG aan te vragen. Als er binnen de afgesproken periode geen nieuwe VOG wordt overlegd, mag de betrokken werknemer of gastouder niet meer werken in de kinderopvang.

Lees meer: handleiding continue screening van Rijksoverheid

Bekijk digitale animatie continue screening in de gastouderopvang (van Justis)

Vierogenprincipe

Het vierogenprincipe houdt in dat bij kindercentra die dagopvang (kinderdagverblijven en crèches) aanbieden en bij peuterspeelzalen altijd een volwassene moet kunnen meekijken of meeluisteren met een beroepskracht. Het vierogenprincipe zou strikt genomen beter kunnen worden aangeduid als 'vierogen- en vierorenprincipe'. Het doel van de maatregel is het voorkomen van situaties waarin de gelegenheid bestaat tot het plegen van (seksueel) misbruik bij kinderen in de dagopvang.

Ondernemers in de kinderopvang kunnen zelf bepalen hoe zij invulling geven aan de maatregel. Indien de invulling van het vierogenprincipe door een opvangorganisatie wordt gewijzigd, zijn ondernemers verplicht de oudercommissie om advies te vragen en de ouders over de wijziging te informeren.

Er zijn diverse mogelijkheden om gehoor te geven aan het vierogenprincipe:

  • (extra) ramen tussen de groepsruimtes
  • gezamenlijke verzorgingsruimte die de groepsruimtes verbindt
  • plaatsen van audio- of videoverbindingen (bijvoorbeeld een babyfoon)
  • aan de randen van de dag: samenvoegen van stamgroepen
  • inzet van vrijwilligers of stagiaires

De brochure ‘Vierogenprincipe in de praktijk’ (zie hiernaast) geeft een aantal praktijkvoorbeelden van hoe het vierogenprincipe kan worden toegepast. 

Buitenschoolse opvang en gastouderopvang 

Het vierogenprincipe geldt niet voor de bso omdat het risico op misbruik kleiner wordt geacht. In de buitenschoolse opvang slapen kinderen niet meer tijdens de opvang en zijn er minder verzorgingsmomenten dan in de dagopvang.

Het vierogenprincipe geldt ook niet voor gastouderopvang. Voor de gastouderopvang wordt verondersteld dat ouders bewust voor kleinschalige opvang met maar één begeleider kiezen.

Waarom het vierogenprincipe? 

Het vierogenprincipe is in de Ministeriële Regeling Kwaliteit Kinderopvang (geldig tot 2018) opgenomen na de conclusies van de onafhankelijke Commissie Onderzoek Zedenzaak Amsterdam van april 2011 en de nadere afspraken die de convenantpartijen: Brancheorganisatie Kinderopvang, Sociaal Werk Nederland (voorheen MOgroep Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening) en BOinK daarover hebben gemaakt. Met de invoering van de nieuwe kwaliteitseisen in de kinderopvang is het vierogenprincipe opgenomen in het Besluit kwaliteit kinderopvang onder 'Veiligheid en Gezondheid'.

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Elke kinderopvangorganisatie en elk gastouderbureau dient een meldcode te hebben voor het personeel cq. de gastouders. Daarin wordt stapsgewijs aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan. Ook moet daarin zijn opgenomen wie kan bijdragen en snelle en adequate hulp kan bieden.

Aandachtsfunctionarissen werkzaam in gastouderopvang, bso en dagopvang, vertegenwoordigers van BK, BMK en SWN en BOinK hebben het model voor de meldcode vernieuwd. Er is een afwegingskader opgenomen in het stappenplan (zie protocol hieronder). Werken met het afwegingskader is vanaf 1 januari 2019 verplicht.

Samenvatting meldcode kindermishandeling

Downloads veiligheid & personeel

Lees meer
Eisen meldcode kdv, bso en gastouderopvang
BOinK maakt onderdeel uit van de Beweging tegen Kindermishandeling

Beweging tegen kindermishandeling Ga naar overzicht veiligheid & gezondheid