Veiligheid & personeel kinderopvang

Inschrijving het het Personenregister kinderopvang (PRK), een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), continue screening, de leidster kindratio of beroepskracht kindratio (bkr) kinderopvang, het vierogenprincipe en de achterwachtregeling  zijn maatregelen m.b.t. het personeel om kinderopvang zo veilig mogelijk te maken.

Verklaring Omtrent Gedrag (VOG)

Wat is een Verklaring Omtrent Gedrag, een VOG? Een VOG kun je zien als een certificaat voor goed gedrag. Medewerkers in de kinderopvang moeten een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) hebben. Sreeningsautoriteit Justis (onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid) geeft een VOG af als blijkt dat het gedrag van een persoon in het verleden geen belemmering vormt om een bepaalde taak of functie uit te oefenen. Het kan voorkomen dat er iemand in de kinderopvang werkt tegen wie verdenkingen van strafbare feiten bestaan, maar die (nog) niet is veroordeeld. Op een dergelijk moment kan deze persoon (nog) wel een VOG ontvangen. Een VOG kan bij de gemeente of online worden aangevraagd.

Een VOG is niet verplicht voor personen die incidenteel worden ingezet, zoals ouders die als extra begeleiding met een uitje mee gaan.

Kijk voor meer info over de VOG op justis.nl.

Personenregister kinderopvang

Inschrijving in het Personenregister kinderopvang is verplicht voor iedereen die werkt of woont op een locatie waar kinderen worden opgevangen. Zonder inschrijving in het Personenregister mag je niet in de kinderopvang werken. Je kunt je alleen inschrijven in het personenregister kinderopvang als je in bezit bent van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Wie moet zich inschrijven?

  • de houder
  • medewerkers
  • personen die structureel* tijdens opvanguren werkzaam zijn, zoals kantoorpersoneel
  • personen die toegang hebben tot informatie over de kinderen die worden opgevangen (kantoorpersoneel en bemiddelingsmedewerkers van een gastouderbureau);
  • personen van 18 jaar en ouder die op het woonadres waar een kindercentrum is gevestigd hun hoofdverblijf hebben of zullen hebben dan wel die structureel tijdens opvanguren aanwezig zijn of zullen zijn op het kindercentrum gevestigd op een woonadres (voornamelijk van toepassing in de gastouderopvang)
  • gastouders
  • personen van 18 jaar of ouder die op hetzelfde woonadres als de gastouder wonen (huisgenoten)
  • personen van 18 of ouder die structureel* tijdens opvanguren aanwezig zijn (zoals een huishoudelijke hulp of conciërge)

*Structureel betekent: aanwezigheid van minimaal eens per drie maanden een half uur.
Inschrijven kan via de website van DUO.

Continue screening

Personen die staan ingeschreven in het Personenregister Kinderopvang worden continu gescreend. Continue screening betekent dat er dagelijks wordt gekeken of mensen die werken in de kinderopvang nieuwe strafrechtelijke gegevens op hun naam hebben staan.

Indien er een bedreiging voor een veilige omgeving voor kinderen lijkt, krijgt de kinderopvangorganisatie of het gastouderbureau via de gemeente en GGD een signaal. De kinderopvangorganisatie of het gastouderbureau verzoekt de werknemer of gastouder om een nieuwe VOG aan te vragen. Als er binnen de afgesproken periode geen nieuwe VOG wordt overlegd, mag de betrokken werknemer of gastouder niet meer werken in de kinderopvang.

Lees meer: handleiding continue screening van Rijksoverheid

Bekijk digitale animatie continue screening in de gastouderopvang (van Justis)

Beroepskracht-kindratio

De beroepskracht kind ratio (bkr) kinderopvang wordt ookwel leidster kind ratio genoemd. Deze bkr voor de kinderopvang geeft aan hoeveel kinderen een beroepskracht (pedagogisch medewerker of leidster) mag opvangen. Dit hangt af van het soort opvang (kinderdagverblijf, bso of peuterspeelzaal), de leeftijd van de kinderen, het aantal aanwezige kinderen, de groepsgrootte en de samenstelling van de groep. Hoe jonger een kind, hoe minder kinderen een leidster mag opvangen. Bijvoorbeeld: voor baby's (nuljarigen) geldt een beroepskracht kind ratio van 1 op 3: 1 pedagogisch medewerker mag 3 kinderen van 0 jaar opvangen. In de bso geldt voor kinderen boven de 7 jaar een leidster kind ratio van 1 op 12: 1 pedagogisch medewerker mag 12 kinderen tussen de 7 en 12 jaar opvangen.

Rekentool bkr kinderopvang berekenen

Er is een rekentool waarmee u de leidster kind ratio voor de kinderopvang kunt berekenen. Deze bkr rekentool vindt u op 1ratio.nl. De bkr voor baby's (nuljarigen) en de bso is per 2019 veranderd als gevolg van IKK. Sinds 1 januari 2019 is de bkr voor baby's één op drie. Voor 2019 was de leidster kindratio voor baby's één op vier. De beroepskracht-kindratio voor kinderen van 7 tot 12 jaar in de bso is per 1 januari 2019 ook gewijzigd: leidsters mogen nu in plaats van tien, twaalf kinderen van zeven jaar en ouder opvangen.

Waar 'leidster' staat kan ook 'leider' worden gelezen.

Vierogenprincipe kinderopvang

Het vierogenprincipe voor de kinderopvang betekent dat bij kindcentra die dagopvang bieden (kinderdagverblijf, crèche en peuterspeelzaal) altijd een volwassene moet kunnen meekijken of meeluisteren met een beroepskracht/leidster die op de groep staat. De definitie van het vier ogen principe kinderopvang zou daarom eigenlijk moeten zijn 'vierogen- en vierorenprincipe'. Het doel van het vierogenprincipe is het voorkomen van situaties waarin de gelegenheid bestaat tot het plegen van (seksueel) misbruik bij kinderen in de dagopvang.

Mag een pedagogisch medewerker alleen op de groep staan?

Het vierogenprincipe betekent niet dat een leidster niet alleen op een groep mag staan. Een pedagogisch medewerker mag alleen op de groep staan, mits het volgens de beroepskracht-kindratio (zie uitleg elders op deze pagina) is toegestaan én het niet buiten de drieuursregeling (zie uitleg elders op deze pagina) valt. Het vier ogen principe betekent niet dat er continu iemand moet meekijken of meeluisteren, maar dat op elk moment de reële kans bestaat dat er een volwassene meekijkt of meeluistert. Het vierogenprincipe houdt daarom ook niet in dat er op een groep kinderen altijd twee pedagogisch medewerkers aanwezig moeten zijn.

Vierogenprincipe, hoe?

Ondernemers in de kinderopvang kunnen zelf bepalen hoe zij invulling geven aan het vierogenprincipe. Er zijn diverse mogelijkheden om inhoud te geven aan het vierogenprincipe. Bijvoorbeeld:

  • (extra) ramen tussen de groeps- en slaapruimtes
  • gezamenlijke verzorgingsruimte die de groepsruimtes verbindt
  • gebruik maken van audio- of videoverbindingen (bijvoorbeeld een babyfoon)
  • aan de randen van de dag: samenvoegen van stamgroepen
  • inzet van vrijwilligers of stagiaires

De brochure ‘Vierogenprincipe in de praktijk’ (zie hiernaast) geeft een aantal praktijkvoorbeelden van hoe het vierogenprincipe kan worden toegepast. 

Vierogenprincipe veranderen

Indien de invulling van het vierogenprincipe door een kinderopvangorganisatie wordt gewijzigd, zijn ondernemers verplicht de oudercommissie om advies te vragen en de ouders over de wijziging te informeren.

Vierogenprincipe bso  

Het vierogenprincipe geldt niet voor de bso omdat het risico op misbruik kleiner wordt geacht. Op de bso slapen kinderen niet meer tijdens de opvang en zijn er minder verzorgingsmomenten dan in de dagopvang.

Vierogenprincipe gastouderopvang

Het vierogenprincipe geldt ook niet voor gastouderopvang. Voor de gastouderopvang wordt verondersteld dat ouders bewust voor kleinschalige opvang met maar één begeleider kiezen. Gastouders hoeven dus niet te voldoen aan het vierogenprincipe.

Het vierogenprincipe in de wet 

Het vierogenprincipe in de kinderopvang is vastgelegd in wet- en regelgeving, en wel in het Besluit kwaliteit kinderopvang onder 'Veiligheid en Gezondheid' (artikel 4, lid 4). Het vierogenprincipe is ontstaan uit afspraken tussen de Brancheorganisatie Kinderopvang, Sociaal Werk Nederland en BOinK. Die afspraken werden gemaakt na aanleiding van de conclusies van de onafhankelijke Commissie Onderzoek Zedenzaak Amsterdam van april 2011.

 

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Elke kinderopvangorganisatie en elk gastouderbureau dient een meldcode te hebben voor het personeel cq. de gastouders. Daarin wordt stapsgewijs aangegeven hoe met signalen van kindermishandeling of seksueel misbruik in de thuissituatie of door een medewerker wordt omgegaan. Ook moet daarin zijn opgenomen wie kan bijdragen aan het bieden van snelle en adequate hulp. Van de meldcode is een app.

Aandachtsfunctionarissen werkzaam in gastouderopvang, bso en dagopvang, vertegenwoordigers van de Brancheorganisatie Kinderopvang, Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang en Social Werk Nederland en BOinK hebben het model voor de meldcode in 2018 vernieuwd. Er is een afwegingskader opgenomen in het stappenplan van de meldcode. Werken met het afwegingskader is sinds 1 januari 2019 verplicht. De meldcode is onderdeel van het 'Protocol kindermishandeling en grensoverschrijdend gedrag voor de kinderopvang' (download hieronder of download de app).

Samenvatting meldcode kindermishandeling

Mishandeling of misbruik door een medewerker

Vermoedt u als ouder dat een medewerker van de kinderopvang zich schuldig maakt aan kindermishandeling of grensoverschrijdend gedrag, dan kunt u zich wenden tot de werkgever van deze medewerker. Ook kunt u terecht bij de Vertrouwensinspecteur van het Onderwijs (zie situatie D in de download). Tevens kunt u voor advies contact met ons opnemen tijdens ons spreekuur.  

Downloads veiligheid & personeel

Beweging tegen kindermishandeling

Lees meer
Eisen meldcode kdv, bso en gastouderopvang
BOinK maakt onderdeel uit van de Beweging tegen Kindermishandeling

Ga naar overzicht veiligheid & gezondheid