Uitstapjes (activiteiten buiten de kinderopvanglocatie)

Gastouders, kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en bso's kunnen uitstapjes maken met de kinderen. Ze verlaten dan de kinderopvanglocatie. Vanuit pedagogisch oogpunt heeft dit voordelen: het kan bijdragen aan de ontwikkeling van de kinderen. Er moeten echter wel afspraken worden gemaakt als er activiteiten buiten de kinderopvanglocatie plaatsvinden. Wat zijn de eisen, regels en voorwaarden voor uitstapjes?

Toestemming voor verlaten locatie

Bij het aangaan van een plaatsingsovereenkomst (contract) met de kinderopvangorganisatie ga je in eerste instantie akkoord met de opvang op de locatie dat in het contract is opgenomen. Bij activiteiten buiten de gebruikelijke opvanglocatie dient toestemming van ouders verkregen te worden. Dit gaat bijvoorbeeld al om een wandeling in de omgeving of een bezoekje aan het naastgelegen speeltuintje. Als een dergelijk uitje regelmatig wordt gemaakt kan hier één keer voor getekend worden. Er staat bijvoorbeeld in de algemene voorwaarden dat de medewerkers regelmatig met de kinderen naar de speeltuin of kinderboerderij gaan. Er moet hierbij worden aangegeven wélke speeltuin/kinderboerderij. Voor incidentele uitjes kan door ouders apart worden getekend, bijvoorbeeld op de dag zelf als het kind wordt gebracht. Je bent als ouder niet verplicht te tekenen. Als je niet akkoord gaat moet de kinderopvangorganisatie gewoon opvang op de eigen locatie bieden.

Tijdelijke opvang op een andere locatie

Tijdelijke opvang op een andere locatie, bijvoorbeeld bij samenvoegen tijdens vakanties, moet van te voren afgestemd worden met de ouders. U moet toestemming geven voor de opvang van uw kind op de andere opvanglocatie. Check uw contract goed, weet waarvoor u precies tekent. Hierbij horen ook de algemene voorwaarden van de kinderopvangorganisatie.

 

Hoeveel medewerkers moeten er mee?

Voor activiteiten buiten de opvanglocatie geldt dezelfde beroepskracht-kindratio als op de opvanglocatie. Het is echter aan te raden en bijna logisch dat er bij uitstapjes ‘extra ogen’ zijn. Dit hoeven geen gekwalificeerde volwassenen te zijn. Een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) is niet verplicht voor personen die incidenteel worden ingezet. Ouders of opa’s of oma’s kunnen bijvoorbeeld ook mee met een uitje. Het is aan te raden een protocol voor uitstapjes uit te werken. De oudercommissie kan de opvangorganisatie hierover adviseren. In het uitstapjesprotocol kan onder andere in worden beschreven welke uitstapjes de opvang maakt en hoeveel begeleiders er mee gaan. Risicovollere uitstapjes zoals zwemmen, kunnen hier apart in vermeld worden met de voorwaarden die voor deze uitjes gelden, zoals zwemdiploma’s en leeftijden.

Vervoer

FW BOINK 2019 nr 692 320px

In de Wet kinderopvang staat dat de houder van de kinderopvangorganisatie verantwoordelijk is voor het veilig vervoeren van kinderen. Hij/zij dient maatregelen te treffen om vervoer op een veilige manier te regelen. Er staan geen specifieke eisen voor vervoer in de wet- en regel­geving voor de kinderopvang. Dit is omdat iedere vervoerssituatie anders is. De enige regel die vaststaat, is dat er niet per sé een beroepskracht tijdens het vervoer aanwezig hoeft te zijn. Bij een controle van de GGD kan beoordeeld worden of de vorm van vervoer voldoet aan de eisen voor verantwoorde kinderopvang.

VeiligheidNL geeft helder advies over het veilig op pad met kinderen op de fiets en in de auto. Op onze themapagina vindt u meer info over de Stint.

 

Vervoer naar de bso

Vanaf het tijdstip dat kinderen uit school komen, vallen de kinderen die naar de buitenschoolse opvang gaan onder de verantwoordelijkheid van de kinderopvangorganisatie. Een bso moet vanaf dat moment ‘verantwoorde kinderopvang’ bieden.

Goed voor de ontwikkeling

Uitjes kunnen een pedagogische meerwaarde hebben. Ze kunnen de ontwikkeling van de kinderen stimuleren. Het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen heeft vooral te maken met de persoonlijke ‘competenties’ van kinderen; hoe bekwaam ze zijn in bepaalde vaardigheden? Activiteiten buiten de opvanglocatie biedt hiervoor mogelijkheden. Kinderen komen dan in aanraking met andere situaties en kunnen zo bijvoorbeeld nieuwe woorden leren. Bewegingsactiviteiten (zoals sporten en klimmen) bevorderen de motoriek (het vermogen om te bewegen). Het is belangrijk dat de activiteiten goed passen bij de leeftijd en de ontwikkelingsfase van de kinderen.

Activiteiten en uitjes moeten worden beschreven in het pedagogisch beleid. De uitvoering kan beschreven worden in het veiligheids-en gezondheidsbeleid. Deze kunnen worden aangevuld met protocollen voor bepaalde risicovollere activiteiten zoals zwemmen of een activiteit bij water.