Huisvesting kinderopvang

In de Wet kinderopvang staat: 'Een houder van een kindercentrum/gastouder biedt verantwoorde kinderopvang […] in een veilige en gezonde omgeving.' De binnen- en buitenruimte moeten zo zijn ingericht dat de kinderen veilig opgevangen kunnen worden. De (inrichting van de) binnen- en buitenruimte moet aansluit bij de leeftijd van de kinderen, de (pedagogische) visie van de organisatie en de veiligheidseisen van de brandweer en GGD. Het Waarborgfonds Kinderopvang heeft een hulpmiddel ontwikkeld omtrent huisvesting. Dit zogenaamde Kwaliteitskader is een werkdocument met een reeks eenduidige, herkenbare en praktisch toepasbare kwaliteitscriteria ten aanzien van de beleving, gebruik en techniek van een kinderopvanglocatie. Het kader helpt bij het bepalen van de eigen visie op basiskwaliteit van het gebouw.

Een kinderdagverblijf, peuterspeelzaal of buitenschoolse opvang moet een actueel veiligheids- en gezondheidsbeleid hebben. Voor de gastouderopvang geldt dat er jaarlijks een risico-inventarisatie plaatsvindt. Of er nu sprake is van een veiligheids- en gezondheidsbeleid of een risico-inventarisatie: het is zaak om hierbij ook aandacht te hebben voor de luchtkwaliteit en brandveiligheid.

Luchtkwaliteit

Een veilige en gezonde omgeving binnen de kinderopvang (het zogenaamde ‘binnenmilieu') is uiteraard heel belangrijk. Alle ruimtes in een kindercentrum moeten voldoen aan de ventilatie-eisen uit het Bouwbesluit 2012 kinderopvang van de overheid.

Het RIVM heeft een richtlijn opgesteld voor binnen- en buitenmilieu. Hierin staat bijvoorbeeld hoelang er moet worden gelucht en wat een goede CO2 waarde is. Ook staan er in de richtlijn adviezen over de temperatuur en luchtvochtigheid in de kinderopvang.  

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de luchtkwaliteit in veel kindercentra voor verbetering vatbaar is. Door een te hoge concentratie van allergene stoffen en kooldioxide (CO2) kunnen kinderen sneller ziek worden. Om erachter te komen wat de kwaliteit van de lucht is moet regelmatig de CO2 waarde in alle ruimtes worden gemeten. De GGD kan bij de inspectie de luchtkwaliteit controleren. Een gezonde en frisse lucht wordt bereikt door op de juiste manier te ventileren. Dit kan door ramen open te zetten of gebruik te maken van een ventilatiesysteem.

Ventilatiesysteem

Onvoldoende luchtkwaliteit kan samenhangen met een ontoereikend ventilatiesysteem. Dit betekent dat de ruimten in het kindercentrum onvoldoende kunnen worden geventileerd.

De slechte luchtkwaliteit kan ook samenhangen met het gedrag van de gebruikers:

  • ramen of roosters worden gesloten of onvoldoende geopend;
  • er wordt niet regelmatig gelucht;
  • er wordt geen gebruik gemaakt van de juiste ventilatiestand van een systeem;
  • het systeem wordt niet vaak genoeg schoongemaakt.

Oplossingen - 5 stappen

Hele dure en ingrijpende oplossingen kunnen ondernemers weerhouden de knelpunten in de luchtkwaliteit aan te pakken. Om de luchtkwaliteit binnen de kinderopvang te verbeteren hebben we -op verzoek van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)- een brochure ontwikkeld (zie hiernaast). De nadruk in deze brochure ligt daarom op eenvoudige oplossingen voor de gesignaleerde knelpunten in de ventilatie, waarmee de luchtkwaliteit binnen een kort tijdsbestek in vijf stappen kan worden verbeterd. In 2020 wordt de brochure vernieuwd.

Veilig en frismeter

Naast de brochure hebben we in samenwerking met VeiligheidNL, een ‘veilig en friskaart’ ontwikkeld (zie hiernaast). De gebruikers van de opvanglocatie kunnen middels deze kaart zien wat ze kunnen doen om de brandveiligheid en luchtkwaliteit in hun centrum te verbeteren. De veilig en friskaart kan in de groepsruimten van de kindercentra worden gehangen.

 

Brandveiligheid kinderopvang

De houder van een kinderopvangorganisatie moet maatregelen nemen om de brandveiligheid in elke kinderopvanglocatie te waarborgen. In het Bouwbesluit 2012 kinderopvang van de overheid staan specifieke eisen voor o.a. de brandveiligheid van slaapruimtes, vluchtroutes, brand- en rookscheidende wanden en zelfsluitende deuren. Ook staat er in het Bouwbesluit kinderopvang informatie over rookmelders of een brandmeldinstallatie en brandblusmiddelen.

Het is belangrijk om regelmatig te controleren of de opvanglocatie (nog) brandveilig is. Enkele aandachtspunten:

  • Elektrische apparaten, zoals de wasdroger en de tv worden warm tijdens gebruik en trekken stof aan.
  • Gas- en elektrische installaties moeten minstens een keer per jaar worden nagekeken door een erkend installateur.
  • Kinderen moeten leren wat het gevaar is van vuur. Vanaf 2 jaar kunnen kinderen dat ook onthouden.
  • Tijdens het slapen werkt het reukvermogen niet waardoor je niet wakker wordt van rook. Van het geluid van een rookmelder word je wel wakker.
  • Als er brand is, moet je zo snel mogelijk het gebouw uit en de brandweer bellen. Denk na over een vlucht- of ontruimingsplan en oefen die met de kinderen.
  • Zorg voor professionele blusmiddelen (brandblusser, blusdeken, haspels) laat deze jaarlijks controleren.

Samen met de brandweer en VeiligheidNL hebben we een checklist veiligheid & gezondheid gemaakt. Daarin staan meer controlepunten m.b.t. bovenstaande onderwerpen.

Veiligheids- en gezondheidsbeleid

De Wet kinderopvang stelt: Een houder van een kindercentrum/gastouder biedt verantwoorde kinderopvang […] in een veilige en gezonde omgeving.

Voor de invoering van de wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) moesten kinderopvangorganisaties jaarlijks alle veiligheids- en gezondheidsrisico’s van alle ruimtes (inclusief de buitenruimte) inventariseren en schriftelijk vastleggen. Dat vormde de zogenaamde risico-inventarisatie. Met de invoering van de wet IKK in januari 2018 is deze verplichting komen te vervallen. In plaats van de risico-inventarisatie wordt in het beleid vastgelegd welke maatregelen genomen worden om grote risico’s voor de gezondheid en veiligheid van kinderen te voorkomen. Ook moet worden beschreven op welke manier kinderen wordt geleerd om te gaan met kleine risico’s. Wat grote en kleine risico's zijn wordt bepaald op basis van de situatie op het kinderdagverblijf of de buitenschoolse opvang.

Voor de gastouderopvang geldt de verplichting voor de risico-inventarisatie nog steeds. De GGD inspecteert op de aanwezigheid van deze inventarisatie.
Lees meer over het veiligheids- en gezondheidsbeleid