Huisvesting

In de Wet kinderopvang staat: 'Een houder van een kindercentrum/gastouder biedt verantwoorde kinderopvang […] in een veilige en gezonde omgeving.' Voor dagopvang en buitenschoolse opvang betekent dit onder andere dat er een actueel veiligheids- en gezondheidsbeleid moet zijn. Voor de gastouderopvang geldt dat er jaarlijks een risico-inventarisatie plaatsvindt. Of er nu sprake is van een veiligheids- en gezondheidsbeleid of een risico-inventarisatie: het is zaak om hierbij ook aandacht te hebben voor de luchtkwaliteit en brandveiligheid.

Veiligheids- en gezondheidsbeleid

De Wet kinderopvang stelt: Een houder van een kindercentrum/gastouder biedt verantwoorde kinderopvang […] in een veilige en gezonde omgeving.

Voor de invoering van de wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) moesten kinderopvangorganisaties jaarlijks alle veiligheids- en gezondheidsrisico’s van alle ruimtes (inclusief de buitenruimte) inventariseren en schriftelijk vastleggen. Dat vormde de zogenaamde risico-inventarisatie. Met de invoering van de wet IKK in januari 2018 is deze verplichting komen te vervallen. In plaats van de risico-inventarisatie wordt in het beleid vastgelegd welke maatregelen genomen worden om grote risico’s voor de gezondheid en veiligheid van kinderen te voorkomen. Ook moet worden beschreven op welke manier kinderen wordt geleerd om te gaan met kleine risico’s. Wat grote en kleine risico's zijn wordt bepaald op basis van de situatie op het kinderdagverblijf of de buitenschoolse opvang. Ook moet de invulling van het vierogenprincipe worden opgenomen in het veiligheids- en gezondheidsbeleid voor de dag- en peuteropvang.

Voor de gastouderopvang geldt de verplichting voor de risico-inventarisatie nog steeds. De GGD inspecteert op de aanwezigheid van deze inventarisatie.

Luchtkwaliteit

Ventilatiesysteem

Onvoldoende luchtkwaliteit kan samenhangen met een ontoereikend ventilatiesysteem. Dit betekent dat de ruimten in het kindercentrum onvoldoende kunnen worden geventileerd.

Een veilige en gezonde omgeving binnen kinderdagverblijven (het zogenaamde ‘binnenmilieu') is uiteraard heel belangrijk. 

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de luchtkwaliteit in veel kindercentra voor verbetering vatbaar is. Door een te hoge concentratie van allergene stoffen en kooldioxide (CO2) kunnen kinderen sneller ziek worden. 

De slechte luchtkwaliteit kan ook samenhangen met het gedrag van de gebruikers:

  • ramen of roosters worden gesloten of onvoldoende geopend;
  • er wordt niet regelmatig gelucht;
  • er wordt geen gebruik gemaakt van de juiste ventilatiestand van een systeem;
  • het systeem wordt niet vaak genoeg schoongemaakt.
 
Oplossingen - 5 stappen

Hele dure en ingrijpende oplossingen kunnen ondernemers weerhouden de knelpunten in de luchtkwaliteit aan te pakken. Om de luchtkwaliteit binnen de kinderopvang te verbeteren hebben we -op verzoek van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)- een brochure ontwikkeld (zie hiernaast). De nadruk in deze brochure ligt daarom op eenvoudige oplossingen voor de gesignaleerde knelpunten in de ventilatie, waarmee de luchtkwaliteit binnen een kort tijdsbestek in vijf stappen kan worden verbeterd.

Veilig en frismeter

Naast de brochure hebben we in samenwerking met VeiligheidNL, een ‘veilig en friskaart’ ontwikkeld (zie hiernaast). De gebruikers van de opvanglocatie kunnen middels deze kaart zien wat ze kunnen doen om de brandveiligheid en luchtkwaliteit in hun centrum te verbeteren. De veilig en friskaart kan in de groepsruimten van de kindercentra worden gehangen.

Brandveiligheid

Het is belangrijk om regelmatig te controleren of de opvanglocatie (nog) brandveilig is. Enkele aandachtspunten:

  • Elektrische apparaten, zoals de wasdroger en de tv worden warm tijdens gebruik en trekken stof aan.
  • Gas- en elektrische installaties moeten minstens een keer per jaar worden nagekeken door een erkend installateur.
  • Kinderen moeten leren wat het gevaar is van vuur. Vanaf 2 jaar kunnen kinderen dat ook onthouden.
  • Tijdens het slapen werkt het reukvermogen niet waardoor je niet wakker wordt van rook. Van het geluid van een rookmelder word je wel wakker.
  • Als er brand is, moet je zo snel mogelijk het gebouw uit en de brandweer bellen. Denk na over een vlucht- of ontruimingsplan en oefen die met de kinderen.
  • Zorg voor professionele blusmiddelen (brandblusser, blusdeken, haspels) laat deze jaarlijks controleren.

In de checklist hiernaast vindt u meer controlepunten m.b.t. bovenstaande onderwerpen.

Lees meer: veiligheid & gezondheid