Veelgestelde vragen

Let op: sinds 1 januari 2018 gelden er nieuwe kwaliteitseisen: de Wet kinderopvang is gewijzigd. Nog niet alle informatie op deze website is aangepast naar de nieuwe situatie. Wilt u meer weten over de nu geldende wetgeving neem dan tijdens ons spreekuur contact met ons op.

Veelgestelde vragen over/door oudercommissies

  • Wat is de rol van de oudercommissie?

    De oudercommissie bestaat uit ouders van de opvang en behartigt de belangen van alle ouders op de opvang. Dit doet zij door onder andere gevraagd en ongevraagd te adviseren over het beleid van de opvang. De oudercommissie onderhoudt contact met de ouders, maar is geen bemiddelaar bij klachten. Elke vestiging heeft een eigen oudercommissie. De oudercommissie is een onafhankelijke orgaan. Het is daarom aan te raden om naast de vergadering met de opvang ook apart te vergaderen.

    Meer over de oudercommissie
  • Waarover heeft de oudercommissie wel en geen adviesrecht?

    De oudercommissie heeft adviesrecht over verschillende kwaliteitsaspecten, het voedingsbeleid, de klachtenregeling, de prijs en de openingstijden. Deze onderwerpen zijn meer specifiek vastgelegd in de Wet Kinderopvang (artikel 1.50 en 1.60). Veel situaties uit de praktijk passen binnen deze adviesrechten, zoals het structureel samenvoegen van groepen (wijziging in het pedagogisch beleidsplan), een pilot met warme maaltijden (voedingsbeleid) of het beleid bij uitjes (veiligheid).

    Onderwerpen waar de oudercommissie geen adviesrecht over heeft zijn bijvoorbeeld personeelsbeleid en tussenschoolse opvang.

    Meer over het adviesrecht
  • Hoe verloopt het adviesrecht in de praktijk?

    Wanneer de opvang het beleid wil wijzigen op één van de adviesonderwerpen vraagt de ondernemer schriftelijk advies bij de oudercommissie. De oudercommissie geeft hierop binnen de afgesproken termijn een schriftelijke reactie. De ondernemer mag van dit advies alleen afwijken wanneer hij/zij aan kan tonen dat het advies zich tegen het belang van de opvang verzet. Het advies moet in dat geval gemotiveerd en beargumenteerd worden afgewezen en de ondernemer moet aantonen dat als het advies zou worden gevolgd dit ten koste gaat van de kwaliteit of de kosten van de opvang.

    Een oudercommissie kan ook ongevraagd adviseren. De opvang hoeft hier niets mee te doen, maar in een goede samenwerking zal de opvang hierover in gesprek gaan met de oudercommissie.

    Download de brochure over medezeggenschap

    Meer over adviesonderwerpen, -traject en download modeladvies
  • Waarover en wanneer communiceert de oudercommissie met ouders?

    De oudercommissie behartigt de belangen van alle ouders van de opvang. Het is dus logisch dat er regelmatig contact is. Individuele ouders kunnen signalen neerleggen bij de oudercommissie. De oudercommissie kan geen individuele klachten behandelen, maar kan ouders wel de goede kant op wijzen en nog eens goed naar het beleid kijken. De oudercommissie houdt daarnaast ook de ouders op de hoogte van haar werkzaamheden. Een oudercommissie heeft hiervoor e-mail- of adresgegevens van ouders nodig. Deze mogen niet zomaar worden doorgegeven in verband met privacywetgeving, maar hierover kunnen afspraken gemaakt worden met de opvang.

    Download de de brochure over communicatie

    Meer over communicatie met ouders
  • Wat is de procedure als de oudercommissie klachten heeft?

    Het Klachtenloket en de Geschillencommissie Kinderopvang zijn de landelijke organen waar oudercommissies terecht kunnen. Iedere opvang heeft de wettelijke plicht de oudercommissie de mogelijkheid te bieden om naar een klachteninstantie te stappen. Het lidmaatschap van de Klachtenloket is dan ook voor rekening van de opvang en hoort niet van het budget van de oudercommissie af te gaan.

    Lees meer: klachten & conflicten

  • Wanneer heeft de oudercommissie contact met de GGD?

    De Wet kinderopvang bepaalt dat de GGD kindercentra inspecteert. Een vast onderdeel van deze inspectie is een vragenlijst aan de oudercommissie. Als een oudercommissie ontevreden is over de kwaliteit van de opvang dan kan ze altijd telefonisch contact opnemen met de GGD-inspecteur. In een telefoongesprek kan de oudercommissie signalen afgeven over situaties die haar zorgen baren. De GGD-inspecteur kan bij zijn inspectie dan extra aandacht besteden aan die punten, of zelfs een extra inspectie inlassen. Als het inspectierapport is verschenen, kan de oudercommissie op basis van het rapport in gesprek gaan met de opvang over eventuele verbeterpunten.

    Meer over toezicht en handhaving
  • Kan een oudercommissie(lid) worden ontslagen?

    Ja, zowel de oudercommissie als de ouders op de opvang kunnen het vertrouwen in een oudercommissie(lid) opzeggen en de gehele commissie of het individuele lid ontslaan. De wijze waarop dit gebeurt, moet worden opgenomen in het huishoudelijk reglement. Een beslissing tot ontslag kan overigens alleen door ouders worden genomen, niet door de opvangorganisatie/de houder.

    Bekijk hier het modelreglement

    Meer over de werkwijze van de oc
  • Wat is de rol van een centrale oudercommissie?

    Alle adviesrechten liggen volgens de Wet kinderopvang bij de oudercommissie van de vestiging. De oudercommissie kan ervoor kiezen om, in overleg met de organisatie, een overkoepelende centrale oudercommissie te machtigen voor (een aantal) onderwerpen. Elke oudercommissie is vrij in het bepalen of en zo ja welke onderwerpen zij wil machtigen. Het staat iedere oudercommissie te allen tijde vrij om de onderwerpen en de voorwaarden waaronder gemachtigd wordt, te veranderen of in te trekken. Wanneer een oudercommissie geen machtiging heeft afgegeven moet de opvang de lokale oudercommissie apart om advies vragen.

    In het modelreglement dat we in samenwerking met Brancheorganisatie Kinderopvang hebben opgesteld, is een artikel over de centrale oudercommissie opgenomen.

    Lees meer over de centrale oudercommissie
  • Het BOinK magazine komt niet aan bij de oudercommissie. Wat te doen?

    Het BOinK magazine, maar ook andere voor de oudercommissie bestemde informatie, komt niet altijd direct bij de oudercommissie terecht. Een speciaal postvak voor de oudercommissie kan het ‘zwerven’ van post veelal voorkomen. Oudercommissies die elk lid van de commissie een exemplaar van het magazine willen aanbieden, kunnen het magazine downloaden van de ledensite.

    Ga naar de ledensite
  • Wat is het verschil tussen een ouderraad en een oudercommissie?

    In de kinderopvang is een oudercommissie verplicht. Dat staat in de Wet kinderopvang. Sommige opvangorganisaties spreken over een ‘ouderraad’ terwijl er eigenlijk ‘oudercommissie’ wordt bedoeld. Een oudercommissie bestaat uit een aantal ouders van een dagopvang, buitenschoolse opvang, of gastouderbureau. Zij hebben als taak en recht de organisatie te adviseren over diverse (wettelijk vastgelegde) onderwerpen om er zo voor te zorgen dat de kwaliteit van de opvang wordt behouden en verbeterd. Sommige oudercommissies hebben ook de taak uitjes en feestjes te organiseren. Dat is een afspraak die de oudercommissie met de organisatie kan maken maar het behoort niet tot officiële taken van een oudercommissie.

    Lees meer over de oudercommissie

Diverse veelgestelde vragen

  • Wat moet ik weten over kinderopvangtoeslag?

    Kinderopvangtoeslag is een inkomensafhankelijke bijdrage aan de kosten voor de kinderopvang, die door de Belastingdienst/Toeslagen maandelijks wordt uitgekeerd. Om recht te hebben op deze toeslag dient u aan een aantal voorwaarden te voldoen.

    Lees meer: kinderopvangtoeslag
  • De opvang gaat verhuizen/sluiten. Waar moet ik op letten?

    Bij sluiting of verhuizing moet de opzegtermijn worden aangehouden door de opvang en ouders. Daarnaast moet er bij verhuizing een nieuw contract worden aangeboden, met een nieuw adres, nieuwe informatie over de groepen en het nieuwe LRK-nummer. Geef deze informatie zo snel mogelijk door aan de Belastingdienst. U bent niet verplicht akkoord te gaan met dit nieuwe contract. Daarom bent u niet verplicht om uw kind naar een andere vestiging te brengen.

    Wanneer u de kinderopvangtoeslag op rekening van de opvang laat storten, wijzigt u dit rekeningnummer dan zo snel mogelijk naar uw eigen bankrekeningnummer.

    De oudercommissie kan meedenken over een soepele overgang en communicatie naar ouders.

    Lees meer: contracten
  • Mag een pedagogisch medewerker privĂ© op de kinderen passen?

    Volgens de beroepscode van de vakbond FNV mag dit niet. De beroepscode is bedoeld als middel om de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de kinderopvang te bewaken en te vergroten. De beroepscode is een belangrijk handvat voor alle pedagogisch medewerkers die op professionele wijze in de kinderopvang werken. 

    Ga naar: FNV Beroepscode Kinderopvang
  • Wie wordt lid van BOinK en wie betaalt de contributie?

    Iedere opvang is verplicht om een oudercommissie te hebben. Een lidmaatschap van BOinK is niet verplicht. De opvang geeft de oudercommissie vaak een bepaald budget dat voldoende is om de contributie van het BOinK-lidmaatschap, onkosten (briefpapier, kopieerkosten etc.), en eventuele scholing van de oudercommissie te kunnen betalen. Als de oudercommissie lid wordt van BOinK, dan kunnen daarmee alle ouders van de opvang gebruik maken van de diensten van BOinK.

    Lees meer: BOinK lidmaatschap
  • Wanneer is de dag van de leidster?

    De dag van de leidster valt ieder jaar op de 3e donderdag van september.

Veelgestelde vragen veiligheid & personeel

  • Welke opleiding moeten gastouders hebben?

    Ook voor gastouders gelden er opleidingseisen. Deze zijn in de Ministeriële Regeling die bij de Wet kinderopvang hoort vastgelegd. 

    Lees meer: veiligheid & personeel
  • Tellen stagiaires mee als beroepskracht?

    De regels omtrent de inzet van beroepskrachten in opleiding zijn ook geregeld in de cao kinderopvang. Factoren die meespelen zijn het soort opleiding (BBL, BOL of HBO) en hoe ver de stagiaire in zijn/haar opleiding is. Zie artikel 9.6 (vanaf pagina 33) van de cao kinderopvang.

    Lees meer: veiligheid & personeel
  • Wat is de drieuursregeling?

    Met ingang van de Wet IKK per 1 januari 2018 is de drieuursregeling aangepast:

    Bij minimaal tien uur aaneengesloten opvang, kan worden afgeweken van de beroepskracht-kindratio. Dat mag maximaal drie uur per dag. Die uren hoeven niet aaneengesloten te zijn. Er kunnen tijdens die uren minder pedagogisch medewerkers worden ingezet. Voorwaarde is dat minimaal de helft van het op grond van de beroepskracht-kindratio vereiste aantal medewerkers wordt ingezet.

    De afwijkende uren moeten vastgelegd worden in het pedagogisch beleidsplan. De ondernemer communiceert ook actief naar ouders wanneer afgeweken wordt van de beroepskracht-kindratio. Als de tijden niet zijn vastgelegd in het pedagogisch beleidsplan, dan mag er niet afgeweken worden van de beroepskracht-kindratio. De uren voor de afwijkende inzet kunnen op de dagen van de week verschillen, maar zijn wel iedere week hetzelfde. Dus op maandag mag er op andere uren worden afgeweken dan op dinsdag, maar op alle maandagen gelden dezelfde tijden waarop wordt afgeweken.

    Bso
    Op de buitenschoolse opvang mogen er voor en na schooltijd en op vrije middagen maximaal een half uur per dag minder pedagogisch medewerkers worden ingezet. Tevens geldt inzet van minimaal de helft van de benodigde pedagogisch medewerkers. Naast dit half uur per dag is op vrije dagen en in de vakantie dezelfde drie-uursregeling van toepassing als in de dagopvang. Op voorwaarde dat minimaal 10 uur aaneengesloten opvang geboden wordt. Ook de buitenschoolse opvang moet de drie-uursregeling vastleggen in het pedagogische beleidsplan.

    Slechts één medewerker aanwezig
    Het is mogelijk dat de hele dag één pedagogisch medewerker aanwezig is, mits er aan de beroepskracht-kindratio wordt voldaan. In dat geval moet er een achterwacht geregeld zijn; een volwassene die binnen 15 minuten aanwezig kan zijn en tijdens openingsuren altijd telefonisch bereikbaar is.

    Tijdens de drieuursregeling blijft het vierogenprincipe van kracht.

    Lees meer: veiligheid & personeel
  • Wat is het vierogenprincipe?

    Het vierogenprincipe houdt in dat de houder van een kindercentrum de dagopvang op zodanige wijze organiseert, dat de beroepskracht of de beroepskracht in opleiding de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene.

    Dit betekent niet dat er continu iemand moet meekijken of meeluisteren, maar dat op elk moment de reële kans bestaat dat er een volwassene meekijkt of meeluistert. Het vierogenprincipe houdt daarom ook niet in dat er op een groep kinderen altijd twee pedagogisch medewerkers moeten worden ingezet.

    De Wet kinderopvang schrijft niet voor hoe hier invulling aan moet worden gegeven. Een opvang mag daar zelf een beleid voor opstellen waarover de oudercommissie adviesrecht heeft. De GGD moet het beleid goedkeuren als die komt inspecteren.

    In onze brochure ‘het vierogenprincipe in de praktijk’ staan vier praktijkvoorbeelden hoe invulling kan worden gegeven aan het vierogenprincipe. 

    Het vierogenprincipe geldt niet voor de bso en gastouderopvang.

    Lees meer over het vierogenprincipe
  • Welke regels gelden er voor een groep op de opvang?

    Opvang vindt plaats in een stamgroep (of basisgroep): een vaste groep kinderen met vaste pedagogische medewerkers. Dit biedt kinderen stabiliteit en continuïteit. Deze stamgroep heeft een maximale groepsgrootte die in de regelgeving is vastgelegd.

    Kinderen kunnen worden opgevangen in verticale groepen (0-4 jaar) of horizontale groepen (bijvoorbeeld 0 tot 1,5 jaar, 1,5 tot 2,5 jaar en 2,5 tot 4 jaar). Meer daarover leest u in de brochure 'Pedagogische kwaliteit'. Kinderen kunnen met een opendeurenbeleid buiten de eigen groep ontdekken. Ouders moeten over bovenstaande zaken goed worden geïnformeerd.

    Lees meer: kwaliteitseisen per opvangsoort

Veelgestelde vragen over kwaliteit & veiligheid

  • Mag de organisatie foto's van mijn kind online plaatsen?

    De organisatie behoort te voldoen aan de eisen betreft privacy- en portretrecht. Dit betekent dat de kinderen niet herkenbaar moeten zijn op de foto's. Daarbij moeten ouders toestemming geven voor het plaatsen van foto’s van hun kind(eren) of de mogelijkheid hebben om bezwaar te maken tegen de plaatsing van de foto's (wanneer deze al geplaatst zijn). Wij raden oudercommissies aan om samen met de organisatie een protocol of beleid op te stellen omtrent het gebruik van foto's op de website en sociale media van de organisatie.

    Vanaf 25 mei 2018 geldt er een (strengere) privacywet: de Algemene Verordening Persoonsgegevens.

    Ga naar: de auteurswet
  • Hoe weet ik of de kinderopvang van goede kwaliteit is?

    De GGD controleert, in opdracht van de gemeente, of de opvang voldoet aan de geldende kwaliteitseisen. Hiertoe bezoekt de GGD elk kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang en gastouderbureau eens per jaar. Van deze bezoeken worden inspectierapporten geschreven, die online te raadplegen zijn op de website van de opvang en via het Landelijk Register Kinderopvang.

    Lees meer: kwaliteitseisen per opvangsoort
  • Hoe is het geregeld met het vervoer tussen school en buitenschoolse opvang?

    Vanaf het moment dat de school uit is, vallen de kinderen die gebruik maken van de bso onder de verantwoordelijkheid van het kindercentrum. Vanaf dat moment moet er ‘verantwoorde kinderopvang’ worden geboden (artikel 1.49, Wet kinderopvang) en geldt de regeling kwaliteit kinderopvang, maar er is geen verplichting voor de aanwezigheid van pedagogisch medewerkers.

    Er zijn geen aparte normen vastgelegd voor het vervoer, noch is hierover een specifiek toetsingskader voor de GGD. Elke vervoerssituatie kan immers anders zijn en moet worden toegespitst op die specifieke situatie. De GGD zal oordelen of de kinderopvang verantwoord is.

    Lees meer: kwaliteitseisen bso
  • Wat zijn de eisen rondom veiligheid en gezondheid?

    Volgens de wet moet de opvang een beleid voeren dat de veiligheid en de gezondheid van de kinderen zoveel mogelijk waarborgt. Elke kinderopvanglocatie moet een veiligheids- en gezondheidsbeleid hebben. Dit beleid vervangt sinds 1 januari 2018 de risico-inventarisatie. De oudercommissie heeft adviesrecht over het veiligheids- en gezondheidsbeleid. Dit beleid moet aan diverse eisen voldoen. Het uitgangspunt is dat kinderen worden beschermd tegen grote risico’s en met kleine risico’s leren omgaan.

    Elke organisatie moet ook een meldcode hebben, om adequaat te handelen bij (vermoeden van) kindermishandeling en -misbruik. Daarnaast geldt er een meldplicht bij (vermoeden van) kindermishandeling en -misbruik in de opvangsituatie voor werkgevers/medewerkers in de kinderopvang. Tot slot moet de opvang voldoen aan de eisen rondom brandveiligheid, die getoetst worden door de Brandweer.

    Lees meer: veiligheid & gezondheid
  • U bent het niet eens met een wijziging in het beleid van de opvang, wat nu?

    Bij ondertekening van het contract bent u akkoord gegaan met het beleid dat op dat moment gold. Voor een wijziging moet uw toestemming worden gevraagd. U hoeft niet akkoord te gaan met een wijziging. Bij sommige beleidswijzigingen heeft ook de oudercommissie een rol.

    Lees meer: contracten & algemene voorwaarden

  • Kan mijn opvangorganisatie uren in rekening brengen die ik niet afneem?

    Het aantal uren dat de opvang u in rekening brengt is vastgelegd in uw contract of de algemene voorwaarden. De afspraken hierover kunnen per opvangsoort/-organisatie verschillen. De opvanglocatie moet open zijn in de uren die u betaalt, met uitzondering van feestdagen en een enkele studiedag. Voor de bso geldt bovendien dat u samen met de opvang bepaalt of het contract inclusief of exclusief vakantieopvang is. 

    Soms rekent een buitenschoolse opvang uren waarop uw kind nog op school zit. Wanneer op de betreffende locatie ook kinderen van een andere school worden opgevangen, geldt de sluitingstijd van de vroegste school als openingstijd. Vanaf dat moment mogen kosten worden doorberekend aan alle ouders, ook als de school van hun kinderen pas later sluit.

    Lees meer: contracten en algemene voorwaarden
  • Wat houdt het personenregister / continue screening in?

    Met het personenregister worden medewerkers continu gescreend op strafbare feiten die belemmerend of bezwaarlijk zijn bij het werken met kinderen. Als blijkt dat een persoon werkzaam in de kinderopvang een bedreiging vormt voor een veilige omgeving voor kinderen, gaat er via de GGD een signaal naar de werkgever of het gastouderbureau. Zonder inschrijving in het personenregister mag je niet in de kinderopvang werken.

    Lees meer over het personenregister
  • Geldt de AVG ook voor de kinderopvang?

    De Algemene Verordening Gegevensbescherming die 25 mei 2018 ingaat geldt voor alle organisaties die veel gegevens verzamelen, zoals n.a.w.-gegevens maar ook informatie over de ontwikkeling van een kind en foto- en videomateriaal. Dus ook Kinderopvangorganisaties moeten aan de nieuwe wet voldoen. Het verwerken, bewaren en delen van die privacygevoelige informatie in de kinderopvang mag alleen als er aan bepaalde criteria wordt voldaan.

    In ons ledenmagazine van april 2018 staat meer informatie over de AVG, kinderopvang en de rol van de oudercommissie hierbij. Het magazine is op 17 april 2018 bij de locatie/organisatie bezorgd ter attentie van de oudercommissie.

    Geen lid maar wel graag het magazine ontvangen? Word dan nu lid, dat kan al vanaf € 25,- per jaar. Dan sturen we het magazine z.s.m. toe.

  • Mijn kinderopvangorganisatie/gastouderbureau hanteert een opzegtermijn van twee maanden, mag dat?

    Volgens de Wet van Dam is het 'vermoedelijk onredelijk bezwarend' om bij een contract voor onbepaalde tijd, een opzegtermijn van langer dan één maand te hanteren. Dit geldt ook voor contracten in de kinderopvang (inclusief gastouderopvang). De Geschillencommissie Kinderopvang heeft zich meerdere malen uitgesproken dat de opzegtermijn maximaal één maand mag zijn:

    'Ondernemer handelt in beginsel in strijd met toepasselijke wetgeving als hij een opzegtermijn van langer dan een maand hanteert, tenzij hij voor die langere termijn goede gronden aanvoert.' 

    Ouders moeten volgens de Wet van Dam tevens op elke dag van de maand de opvang van hun kind(eren) kunnen opzeggen en de opzegtermijn gaat dan vanaf dat moment in. 

    Als in de algemene voorwaarden van de kinderopvangorganisatie is opgenomen dat er een opzegtermijn van twee maanden wordt gehanteerd, geldt er hoogstwaarschijnlijk een opzegtermijn van maximaal één maand. Ook als u voor de algemene voorwaarden heeft getekend. De wet gaat immers boven zelfopgestelde algemene voorwaarden en tot op heden zijn er nog geen argumenten door ondernemers opgevoerd waardoor een langere opzegtermijn geoorloofd is.  

    Meer over contracten en algemene voorwaarden