Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen over/door oudercommissies

  • Wat is de rol van de oudercommissie?

    De oudercommissie bestaat uit ouders van de opvang en behartigt de belangen van alle ouders op de opvang. Dit doet zij door onder andere gevraagd en ongevraagd te adviseren over het beleid van de opvang. De oudercommissie onderhoudt contact met de ouders, maar is geen bemiddelaar bij klachten. Elke vestiging heeft een eigen oudercommissie. De oudercommissie is een onafhankelijke orgaan. Het is daarom aan te raden om naast de vergadering met de opvang ook apart te vergaderen.

     

    Meer over de oudercommissie
  • Waarover heeft de oudercommissie wel en geen adviesrecht?

    De oudercommissie heeft adviesrecht over verschillende kwaliteitsaspecten, het voedingsbeleid, de klachtenregeling, de prijs en de openingstijden. Deze onderwerpen zijn meer specifiek vastgelegd in de Wet Kinderopvang (artikel 1.50 en 1.60). Veel situaties uit de praktijk passen binnen deze adviesrechten, zoals het structureel samenvoegen van groepen (wijziging in het pedagogisch beleidsplan), een pilot met warme maaltijden (voedingsbeleid) of het beleid bij uitjes (veiligheid).

    Onderwerpen waar de oudercommissie geen adviesrecht over heeft zijn bijvoorbeeld personeelsbeleid en tussenschoolse opvang.

     

    Meer over het adviesrecht
  • Hoe verloopt het adviesrecht in de praktijk?

    Wanneer de opvang het beleid wil wijzigen op één van de adviesonderwerpen vraagt de ondernemer schriftelijk advies bij de oudercommissie. De oudercommissie geeft hierop binnen de afgesproken termijn een schriftelijke reactie. De ondernemer mag van dit advies alleen afwijken wanneer hij/zij aan kan tonen dat het advies zich tegen het belang van de opvang verzet. Het advies moet in dat geval gemotiveerd en beargumenteerd worden afgewezen en de ondernemer moet aantonen dat als het advies zou worden gevolgd dit ten koste gaat van de kwaliteit of de kosten van de opvang.

    Een oudercommissie kan ook ongevraagd adviseren. De opvang hoeft hier niets mee te doen, maar in een goede samenwerking zal de opvang hierover in gesprek gaan met de oudercommissie.

    Download de brochure over medezeggenschap

    Meer over adviesonderwerpen, -traject en download modeladvies
  • Waarover en wanneer communiceert de oudercommissie met ouders?

    De oudercommissie behartigt de belangen van alle ouders van de opvang. Het is dus logisch dat er regelmatig contact is. Individuele ouders kunnen signalen neerleggen bij de oudercommissie. De oudercommissie kan geen individuele klachten behandelen, maar kan ouders wel de goede kant op wijzen en nog eens goed naar het beleid kijken. De oudercommissie houdt daarnaast ook de ouders op de hoogte van haar werkzaamheden. Een oudercommissie heeft hiervoor e-mail- of adresgegevens van ouders nodig. Deze mogen niet zomaar worden doorgegeven in verband met privacywetgeving, maar hierover kunnen afspraken gemaakt worden met de opvang.

    Download de de brochure over communicatie

    Meer over communicatie met ouders
  • Wat is de procedure als de oudercommissie klachten heeft?

    Het Klachtenloket en de Geschillencommissie Kinderopvang zijn de landelijke organen waar oudercommissies terecht kunnen. Iedere opvang heeft de wettelijke plicht de oudercommissie de mogelijkheid te bieden om naar een klachteninstantie te stappen. Het lidmaatschap van de Klachtenloket is dan ook voor rekening van de opvang en hoort niet van het budget van de oudercommissie af te gaan.

    Lees meer: klachten & conflicten

  • Wanneer heeft de oudercommissie contact met de GGD?

    De Wet kinderopvang bepaalt dat de GGD kindercentra inspecteert. Een vast onderdeel van deze inspectie is een vragenlijst aan de oudercommissie. Als een oudercommissie ontevreden is over de kwaliteit van de opvang dan kan ze altijd telefonisch contact opnemen met de GGD-inspecteur. In een telefoongesprek kan de oudercommissie signalen afgeven over situaties die haar zorgen baren. De GGD-inspecteur kan bij zijn inspectie dan extra aandacht besteden aan die punten, of zelfs een extra inspectie inlassen. Als het inspectierapport is verschenen, kan de oudercommissie op basis van het rapport in gesprek gaan met de opvang over eventuele verbeterpunten.

    Meer over toezicht en handhaving
  • Kan een oudercommissie(lid) worden ontslagen?

    Ja, zowel de oudercommissie als de ouders op de opvang kunnen het vertrouwen in een oudercommissie(lid) opzeggen en de gehele commissie of het individuele lid ontslaan. De wijze waarop dit gebeurt, moet worden opgenomen in het huishoudelijk reglement. Een beslissing tot ontslag kan overigens alleen door ouders worden genomen, niet door de opvangorganisatie/de houder.

    Bekijk hier het modelreglement

    Meer over de werkwijze van de oc
  • Wat is de rol van een centrale oudercommissie?

    Alle adviesrechten liggen volgens de Wet Kinderopvang bij de oudercommissie van de vestiging. De oudercommissie kan ervoor kiezen om, in overleg met de organisatie, een overkoepelende centrale oudercommissie te machtigen voor (een aantal) onderwerpen. Elke oudercommissie is vrij in het bepalen of en zo ja welke onderwerpen zij wil machtigen. Het staat iedere oudercommissie te allen tijde vrij om de onderwerpen en de voorwaarden waaronder gemachtigd wordt, te veranderen of in te trekken. Wanneer een oudercommissie geen machtiging heeft afgegeven moet de opvang de lokale oudercommissie apart om advies vragen.

    In het modelreglement dat we in samenwerking met Brancheorganisatie Kinderopvang hebben opgesteld, is een artikel over de centrale oudercommissie opgenomen.

    Lees meer over de centrale oudercommissie
  • Het BOinK magazine komt niet aan bij de oudercommissie. Wat te doen?

    Het BOinK magazine, maar ook andere voor de oudercommissie bestemde informatie, komt niet altijd direct bij de oudercommissie terecht. Een speciaal postvak voor de oudercommissie kan het ‘zwerven’ van post veelal voorkomen. Oudercommissies die elk lid van de commissie een exemplaar van het magazine willen aanbieden, kunnen het magazine downloaden van de ledensite.

    Ga naar de ledensite

Diverse veelgestelde vragen

  • Wat moet ik weten over kinderopvangtoeslag?

    Kinderopvangtoeslag is een inkomensafhankelijke bijdrage aan de kosten voor de kinderopvang, die door de Belastingdienst/Toeslagen maandelijks wordt uitgekeerd. Om recht te hebben op deze toeslag dient u aan een aantal voorwaarden te voldoen.

    Lees meer: kinderopvangtoeslag
  • De opvang gaat verhuizen/sluiten. Waar moet ik op letten?

    Bij sluiting of verhuizing moet de opzegtermijn worden aangehouden door de opvang en ouders. Daarnaast moet er bij verhuizing een nieuw contract worden aangeboden, met een nieuw adres, nieuwe informatie over de groepen en het nieuwe LRKP nummer. Geef deze informatie zo snel mogelijk door aan de Belastingdienst. U bent niet verplicht akkoord te gaan met dit nieuwe contract. Daarom bent u niet verplicht om uw kind naar een andere vestiging te brengen.

    Wanneer u de kinderopvangtoeslag op rekening van de opvang laat storten, wijzigt u dit rekeningnummer dan zo snel mogelijk naar uw eigen bankrekeningnummer.

    De oudercommissie kan meedenken over een soepele overgang en communicatie naar ouders.

    Lees meer: contracten
  • Mag een pedagogisch medewerker privĂ© op de kinderen passen?

    Volgens de beroepscode van de vakbond FNV mag dit niet. De beroepscode is bedoeld als middel om de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de kinderopvang te bewaken en te vergroten. De beroepscode is een belangrijk handvat voor alle pedagogisch medewerkers die op professionele wijze in de kinderopvang en de peuterspeelzaal werken. 

    Ga naar: FNV Beroepscode Kinderopvang
  • Wie wordt lid van BOinK en wie betaalt de contributie?

    Iedere opvang is verplicht om een oudercommissie te hebben. Een lidmaatschap van BOinK is niet verplicht. De opvang geeft de oudercommissie vaak een bepaald budget dat voldoende is om de contributie van het BOinK-lidmaatschap, onkosten (briefpapier, kopieerkosten etc.), en eventuele scholing van de oudercommissie te kunnen betalen. Als de oudercommissie lid wordt van BOinK, dan kunnen daarmee alle ouders van de opvang gebruik maken van de diensten van BOinK.

    Lees meer: BOinK lidmaatschap
  • Wanneer is de dag van de leidster?

    De dag van de leidster valt ieder jaar op de 3e donderdag van september.

Veelgestelde vragen veiligheid & personeel

  • Hoeveel pedagogisch medewerkers moeten er op de groep staan?

    Het benodigd aantal pedagogisch medewerkers hangt af van de soort opvang, van het aantal aanwezige kinderen en van de groepsgrootte. Uitzondering hierop is dat gedurende drie uur per dag minder pedagogisch medewerkers aanwezig hoeven zijn (zie ‘drieuursregeling’ hieronder). Er moet echter altijd voldaan worden aan de kwaliteitseisen zoals die in de ministeriële regeling kwaliteit kinderopvang omschreven staan.

    Ministeriële regeling kwaliteit kinderopvang 

    Bereken de beroepskracht-kindratio

    Lees meer: kwaliteitseisen kinderopvang
  • Hoeveel kinderen mag een gastouder opvangen?

    Een gastouder mag maximaal zes kinderen in de leeftijd tot 13 jaar gelijktijdig opvangen. Eigen kinderen tot 10 jaar worden meegerekend. Daarbij mogen er maximaal vijf kinderen tot 4 jaar gelijktijdig worden opgevangen waarbij:

    • maximaal vier kinderen tot 2 jaar
    • maximaal twee kinderen tot 1 jaar
  • Hoeveel pedagogisch medewerkers moeten er mee met een uitstapje?

    Voor activiteiten buiten de opvanglocatie geldt geen aparte beroepskracht-kindratio. Het is echter aan te raden en bijna logisch dat er bij uitstapjes ‘extra ogen’ zijn. Dit hoeven geen gekwalificeerde volwassenen te zijn. De oudercommissies kan afspraken maken met de organisatie over het aantal begeleiders bij een uitje. Een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) is niet verplicht voor personen die incidenteel worden ingezet. Ouders kunnen bijvoorbeeld ook worden ingezet.

    Bereken de beroepskracht-kindratio
  • Wat houdt een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) in?

    Personen die werkzaam zijn in de kinderopvang moeten in het bezit zijn van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). De overheid geeft deze verklaring af als er bij de aanvrager geen sprake is (geweest) van een strafrechtelijke veroordeling. Het kan voorkomen dat er iemand in de kinderopvang werkt tegen wie verdenkingen van strafbare feiten bestaan, maar die (nog) niet is veroordeeld. De Rijksoverheid heeft hier een zeer uitgebreide factsheet over opgesteld.

    Lees meer: veiligheid & personeel
  • Welke opleiding moeten de leidsters hebben?

    De pedagogisch medewerkers moeten in het bezit zijn van een diploma van een gekwalificeerde opleiding. Wat gekwalificeerde opleidingen zijn staat in de cao kinderopvang. Medewerkers die niet over een gekwalificeerd diploma beschikken mogen ‘hand en span’-diensten verrichten zoals huishoudelijke taken. Zij tellen niet mee in de beroepskracht-kindratio maar zijn aanvullend op de beroekskracht-kindratio.

    Bereken de beroekskracht-kindratio

  • Welke opleiding moeten gastouders hebben?

    Ook voor gastouders gelden er opleidingseisen. Deze zijn in de Ministeriële Regeling die bij de Wet kinderopvang hoort vastgelegd. 

    Lees meer: veiligheid & personeel
  • Tellen stagiaires mee als beroepskracht?

    De regels omtrent de inzet van beroepskrachten in opleiding zijn ook geregeld in de cao kinderopvang. Factoren die meespelen zijn het soort opleiding (BBL, BOL of HBO) en hoe ver de stagiaire in zijn/haar opleiding is. Zie pagina 33 van de cao kinderopvang.

    Lees meer: veiligheid & personeel
  • Wat is de drieuursregeling?

    Hoogstens drie uur per dag mag er worden afgeweken van de beroepskracht-kindratio (de zogenaamde drieuursregeling). De afwijkende inzet mag niet plaatsvinden tussen 9.30 en 12.30 uur en tussen 15.00 en 16.30 uur. Vóór 9.30 uur en na 16.30 uur mag de afwijkende bezetting niet langer duren dan anderhalf uur aaneengesloten en tijdens de middagpauze niet langer dan twee uur aaneengesloten. Bovendien mag nooit minder dan de helft van het benodigde aantal pedagogisch medewerkers worden ingezet tijdens de drieuursregeling.

    Het is mogelijk dat de hele dag één pedagogisch medewerker aanwezig is, mits er aan de beroepskracht-kindratio wordt voldaan. In dat geval moet er een achterwacht geregeld zijn; een volwassene die binnen 15 minuten aanwezig kan zijn en tijdens openingsuren altijd telefonisch bereikbaar is. Tijdens de drieuursregeling blijft het vierogenprincipe van kracht.

    Lees meer: veiligheid & personeel
  • Wat is het vierogenprincipe?

    Het vierogenprincipe houdt in dat de houder van een kindercentrum de dagopvang op zodanige wijze organiseert, dat de beroepskracht of de beroepskracht in opleiding de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene.

    Dit betekent niet dat er continu iemand moet meekijken of meeluisteren, maar dat op elk moment de reële kans bestaat dat er een volwassene meekijkt of meeluistert. Het vierogenprincipe houdt daarom ook niet in dat er op een groep kinderen altijd twee pedagogisch medewerkers moeten worden ingezet.

    De Wet kinderopvang schrijft niet voor hoe hier invulling aan moet worden gegeven. Een opvang mag daar zelf een beleid voor opstellen waarover de oudercommissie adviesrecht heeft. De GGD moet het beleid goedkeuren als die komt inspecteren.

    In onze brochure ‘het vierogenprincipe in de praktijk’ staan vier praktijkvoorbeelden hoe invulling kan worden gegeven aan het vierogenprincipe.  Het vierogenprincipe geldt niet voor de bso en gastouderopvang.

    Lees meer over het vierogenprincipe
  • Welke regels gelden er voor een groep op de opvang?

    Opvang vindt plaats in een stamgroep (of basisgroep): een vaste groep kinderen met vaste pedagogische medewerkers. Dit biedt kinderen stabiliteit en continuïteit. Deze stamgroep heeft een maximale groepsgrootte die in de regelgeving vastgelegd is.

    Kinderen kunnen worden opgevangen in verticale groepen (0-4 jaar) of horizontale groepen (bijvoorbeeld 0 tot 1,5 jaar, 1,5 tot 2,5 jaar en 2,5 tot 4 jaar). Kinderen kunnen met een opendeurenbeleid buiten de eigen groep ontdekken. Ouders moeten over bovenstaande zaken goed worden geïnformeerd.

    Lees meer: kwaliteitseisen per opvangsoort

Veelgestelde vragen over kwaliteit & veiligheid

  • Kan mijn opvangorganisatie uren in rekening brengen die ik niet afneem?

    Het aantal uren dat de opvang u in rekening brengt is vastgelegd in uw contract of de algemene voorwaarden. De afspraken hierover kunnen per opvangsoort/-organisatie verschillen. De opvanglocatie moet open zijn in de uren die u betaalt, met uitzondering van feestdagen en een enkele studiedag. Voor de bso geldt bovendien dat u samen met de opvang bepaalt of het contract inclusief of exclusief vakantieopvang is. 

    Soms rekent een buitenschoolse opvang uren waarop uw kind nog op school zit. Wanneer op de betreffende locatie ook kinderen van een andere school worden opgevangen, geldt de sluitingstijd van de vroegste school als openingstijd. Vanaf dat moment mogen kosten worden doorberekend aan alle ouders, ook als de school van hun kinderen pas later sluit.

    Lees meer: contracten en algemene voorwaarden