Voor en vroegschoolse educatie (VVE)
VVE is de uitvoering van een programma dat bestemd is voor jonge kinderen met (kans op) een achterstand. Via speciale onderwijsprogramma’s worden deze kinderen bijgeschoold, om een slechte start op de basisschool te voorkomen. In principe dient de gemeente voor voldoende VVE-capaciteit te zorgen zodat peuters die dat nodig hebben vier dagdelen per week VVE aangeboden krijgen. Een andere mogelijkheid is om per week 3 dagdelen van 10 uur VVE aan te bieden.

De voorschoolse en vroegschoolse educatie begint op de peuterschool of de kinderopvang en loopt in principe door tot in de eerste groepen van de basisschool. Jonge kinderen met kans op een taalachterstand, doelgroepkinderen, educatieve programma’s kunnen volgen bij de peuterspeelzaal of de kinderopvang. Een VVE programma is gericht op de totale ontwikkeling van het kind, dus op taalontwikkeling, maar ook op cognitieve, sociale, emotionele, creatieve en lichamelijke ontwikkeling. Voorbeelden van programma’s zijn:
 
Kaleidoscoop
Het programma Kaleidoscoop is in eerste instantie bedoeld voor kinderen van 2,5 tot 6 jaar. In de afgelopen jaren is Kaleidoscoop ook ontwikkeld voor groep 3 en verder, voor babygroepen van kinderdagverblijven en voor de buitenschoolse opvang. Kaleidoscoop gaat er vanuit dat kinderen kennis verwerven en vaardigheden ontwikkelen door actief betrokken te zijn bij mensen, materialen, gebeurtenissen en ideeën. De leerkrachten observeren de kinderen en passen hier de activiteiten op aan, zodat kinderen zich zo goed mogelijk ontwikkelen.
 
Piramide
Piramide is een uitgewerkte educatieve methode voor kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en de onderbouw van basisscholen. In een combinatie van spelen, werken en leren worden nul- tot zevenjarigen gestimuleerd in bijvoorbeeld de ontwikkeling van hun taal en denken, creativiteit en persoonlijkheid. Diverse thema's komen in het programma aan bod. Voor kinderen die extra steun nodig hebben is er extra aandacht in de vorm van tutoring. Ook ouders en/of verzorgers worden betrokken door middel van verschillende thuis-activiteiten die aansluiten op het programma.
 
Andere erkende VVE-programma’s zijn bijvoorbeeld Ko-totaal en Startblokken.
 
Wet OKE
In augustus 2010 is de ‘Wet OKE (Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie)’, een wijziging van de Wet op het Primair Onderwijs, de Wet kinderopvang en de Wet op het onderwijstoezicht (en een aantal kleine wetten), in werking getreden.
Het doel is om de taalontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren en de kwaliteitseisen van de peuterspeelzalen te verbeteren. Gemeenten hebben een regierol bij het verzorgen van een goed voorschools aanbod voor alle jonge kinderen met een (taal)achterstand. Om dit aanbod te realiseren en om al deze kinderen te bereiken, maken gemeenten afspraken met peuterspeelzalen en kinderdagverblijven.
 
Eisen aan VVE:
  • voorschoolse educatie vindt plaats in een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf;
  • voorschoolse educatie wordt tenminste vier dagdelen of tien uur per week aangeboden;
  • voorschoolse educatie omvat de uitvoering van een programma dat gaat over taal, rekenen en motorische en sociaal-emotionele ontwikkeling.
 
VVE mag alleen worden aangeboden door gekwalificeerde beroepskrachten en vindt dus bij peuterspeelzalen in principe alleen plaats bij ambitieniveau 2. Als er in een peuterspeelzaal wordt gewerkt met één gekwalificeerde beroepskracht en een vrijwilliger (ambitieniveau 1), mag er voor VVE een tutor op de groep komen, die gericht werkt aan VVE, zodat er toch twee gekwalificeerde beroepskrachten zijn voor VVE.
 
Een kinderopvangorganisatie is overigens niet verplicht om VVE aan te bieden als er een kind op de groep is die voldoet aan de doelgroepbepalingen van de gemeente. De gemeente kan wel een aanbod van subsidie doen, maar de kinderopvang is niet verplicht die subsidie aan te nemen. Zodra een aanbieder gebruik wil maken van de VVE-middelen, zowel landelijk als gemeentelijk, dan dient deze aanbieder te voldoen aan de wettelijk gestelde eisen rondom VVE.
 
Subsidie
Als gemeente is het mogelijk om van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Welzijn subsidie te krijgen voor de aanschaf van programma's, scholing en het aanstellen van extra personeel in het kader van VVE. Voorwaarde is dat het programma voldoet aan de volgende criteria: ·
  • Er moet sprake zijn van een gestructureerde didactische aanpak
  • Er moet gezorgd worden voor een intensieve begeleiding van de kinderen
  • Er moet door professionals mee gewerkt worden
  • Het moet worden aangeboden in een voorschoolse instelling of basisschool
  • Het moet geschikt zijn voor jonge kinderen en moet door lopen tot en met groep 2 van de basisschool
De gemeente bepaalt vervolgens met de gewichtenregeling uit het basisonderwijs als uitgangspunt welke kinderen als ‘doelgroep kind’ worden aangemerkt. Dit is een regeling waarbij gekeken wordt naar het opleidingsniveau van de ouders en het postcodegebied van de school. Op basis hiervan maakt de gemeente een inschatting of een kind gebaat is bij VVE.
 
Het VVE geld is door middel van een amendement voor vier jaar geoormerkt, dit betekent dat de gemeente het geld niet aan iets anders mag uitgeven. De gemeente moet in de gemeenterekening verantwoording afleggen over de uitgave van het geld. Er is ook een ministeriële regeling met de indicatoren waarover verantwoording afgelegd moet worden. De nieuwe geoormerkte gelden zullen met ingang van 1 januari 2011 verstrekt worden. De ministeriële regeling met de indicatoren voor de gemeenterekening zal ook met ingang van 1 januari 2011 in werking treden.
 
 
Sardes-leerstoel
In 2010 heeft Prof. dr. Judi Mesman de Sardes-leerstoel gekregen. Aandachtspunten in haar onderzoek zijn:
  • factoren die de effectiviteit van VVE programma’s kunnen verhogen
  • factoren die de overgang van vroegschool naar primair onderwijs succesvol maken
  • de relatie en afstemming tussen de schoolcontext en de gezinscontext
  • gender-specifieke ontwikkelingstrajecten en de rol van ouders, VVE leidsters, en leerkrachten
Meer informatie is te vinden op de website van Sardes.