GGD inspectie
Voor de volledige inspectieprotocollen dagopvang, bso en gastouderopvang, zie:
 
 
Basis inspectie
De gemeente is verantwoordelijk voor toezicht op de kwaliteit. De GGD voert daarom in opdracht van de gemeente regelmatige inspecties uit. Kindercentra en gastouderbureaus die aan alle eisen voldoen, worden in het Landelijk register Kinderopvang (www.lrk.nl)  opgenomen. Ouders hebben alleen recht op een tegemoetkoming van de overheid als het kindercentrum of gastouderbureau/ gastouder waarvan zij gebruik in dit landelijk register is geregistreerd. Het GGD inspectieprotocol is gebaseerd op:
 
  1. Kwaliteitseisen uit de Wet kinderopvang
  2. Eisen uit de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang
  3. Wet Klachtrecht Cliënten Zorginstellingen.
  4. CAO Kinderopvang
 
Inhoud inspectieprotocol
De toetsingskaders van de GGD bestrijken gemiddeld 8 domeinen (toetsingskader gastouderopvang heeft iets minder domeinen):
  • ouders (oudercommissie, aanwezigheid, reglement, samenstelling, werkwijze, adviesrecht)
  • informatie (ouders, relatie tussen informatie en praktijk)
  • personeel (VOG, beroepskwalificatie, inzet BBL-ers, voertaal)
  • Veiligheid en gezondheid ( Risico-Inventarisatie, Beleid, Uitvoering)
  • Accommodatie en inrichting (slaapruimte, binnenspeelruimte, buitenruimte)
  • Groepsgrootte en leidster-kind-ratio (stamgroepen, leidster-kind-ratio, afwijking)
  • Pedagogisch beleid en praktijk (beleidsplan, relatie met praktijk, sociaal emotionele veiligheid, persoonlijke competentie, sociale competentie, overdracht van normen en waarden)
  • klachten: Wet Klachtrecht Cliënten Zorginstellingen
 
Normering
Aan de regels die genoemd staan in de Wet kinderopvang, moet iedere kinderopvangondernemer voldoen.
De regels uit de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang gelden als richtlijn. De organisatie mag met een onderbouwing een gelijkwaardig alternatief presenteren (zie voor uitleg het subdossier ‘Convenant en Beleidsregels kwaliteit kinderopvang’).

Wijze van inspecteren
Hoe de inspecteurs moeten inspecteren, van welke bronnen ze bijvoorbeeld gebruik moeten maken, is vastgelegd in ´de Beleidsregels werkwijze toezichthouder (link naar wetten.nl)´ De GGD inspecteur maakt grofweg van 3 soorten informatiebronnen gebruik:
 
1  documentenonderzoek (pedagogisch beleidsplan, klachtenreglement, oudercommissiereglement, diploma´s personeel, VOG, roosters leidsters, Risico Inventarisaties veiligheid en gezondheid, omgevallenregistratie)
2  gesprekken: toetsing met de praktijk (gesprek met pedagogisch medewerkers, vestigingsmanager en lid van de oudercommissie)
3  pedagogisch beleidsplan in praktijk (de inspecteur bezoekt verschillende groepen en observeert daar: de sociaal emotionele veiligheid, de persoonlijke competentie, de sociale competentie en de overdracht van normen en waarden)
 
Frequentie van inspecteren
De GGD voert sinds 2009 risicogestuurd toezicht (RGT) uit om de effectiviteit van het toezicht te versterken. Onderdeel daarvan is de onaangekondigde controle. Deze controle levert een realistischer beeld op van de dagelijkse praktijk. Er wordt gecontroleerd op de groepsgrootte, op de pedagogische praktijk en of het maximaal aantal kinderen per leidster niet wordt overschreden. Het model is nu vooral gebaseerd op de inspectiehistorie van een kindercentrum: deed men het in het verleden goed dan wordt er in een bepaald jaar minder geïnspecteerd. Voor 2010 is vervolgens afgesproken dat locaties die in 2009 voldeden op kernzaken, overgeslagen mochten worden. De overige locaties (65%) zouden op kernzaken en overtredingen worden geïnspecteerd. Voor zover nu bekend, zal in 2011 voor die locaties weer een volledig jaaronderzoek plaatsvinden.
 
Inspectierapport
Het inspectierapport is openbaar. Het rapport van de GGD bestaat uit de onderzoeksresultaten en conclusies.
Vervolgens uit afspraken en hersteltermijnen met de houder en tenslotte uit voorstellen voor maatregelen aan de gemeente. De GGD stelt dus iets vast, legt dat vast in het rapport en rapporteert dat aan de gemeente. De gemeente (college van B&W) besluit tot maatregelen op basis van het advies van de GGD. Tegen deze maatregelen is bezwaar en beroep mogelijk. GGD rapporten zijn openbaar en zijn op te vragen bij de betreffende kinderopvanginstelling. Vaak staan ze ook gewoon op de website van de gemeente.
Over de rol van de gemeente betreffende hun handhavingsfunctie is meer te lezen in het dossier ‘Kinderopvang en de gemeente’.
 
Tweedelijns toezicht
De Onderwijsinspectie controleert of het toezicht door de GGD´s en het handhaven door gemeenten goed functioneert. De Onderwijsinspectie heeft slechts een signalerende functie richting het Ministerie van SZW. De Onderwijsinspectie vestigt het oordeel op basis van de jaarverslagen van de gemeenten.