Op grond van artikel 1.50 van de Wet kinderopvang moeten personen die werkzaam zijn in de kinderopvang (dus ook gastouderopvang!) in het bezit zijn van een verklaring omtrent het gedrag. Deze verplichting geldt ook voor uitzendkrachten en stagiaires met een leer/arbeidsovereenkomst. Voor stagiaires zonder stagecontract en voor vrijwilligers geldt deze verplichting niet.

In de toelichting op artikel 10 van de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang staat verder dat een houder of bestuurder van een kindercentrum vanwege diens verantwoordelijkheid in alle gevallen dient te beschikken over een verklaring omtrent het gedrag. Dit betekent dus ook dat de eigenaar of alle bestuursleden van een organisatie een verklaring omtrent gedrag moeten overleggen.
 
In principe is het voldoende als de verklaring één keer is afgegeven, dus voor onbepaalde tijd. Wel dient de verklaring op het moment van in dienst treden niet ouder te zijn dan twee maanden. Alleen als de houder van een kindercentrum een vermoeden heeft dat een werknemer niet langer voldoet aan de eisen die gelden voor het afgeven van een verklaring omtrent gedrag, kan de houder (werkgever) verlangen dat er een nieuwe verklaring wordt afgegeven.