Heeft u of uw kind om sociale of medische redenen (bijzondere) kinderopvang nodig? Maar kunt u geen Kinderopvangtoeslag krijgen? Dan kunt u misschien van de gemeente een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang krijgen. De gemeenten hebben hier een speciaal budget voor. Vraag bij uw gemeente naar de voorwaarden. 

Aanvragen via gemeente of UWV
Gemeenten en UWV mogen zelf bepalen hoe - via welke loketten - ze de aanvraag behandelen en uitbetalen. Dat kan dus per gemeente verschillen. Informeer bij uw contactpersoon bij de gemeente of het UWV hoe u voor de tegemoetkoming in aanmerking kunt komen. Doe dit vóórdat u het aanvraagformulier van de Belastingdienst invult: u moet daarop namelijk aangeven of u in aanmerking komt voor een tegemoetkoming van uw gemeente of UWV.

Gemeenten zijn volledig autonoom in hun smi-beleid. Sommige gemeenten kijken bij de vraag of ouders een smi-tegemoetkoming voor kinderopvang kunnen krijgen naar de criteria die zij voor bijzondere bijstand hanteren. Bij andere gemeenten speelt bijvoorbeeld de vermogenspositie van ouders geen rol. De indicatie kan zowel voor het kind, als voor de ouders gelden. En de indicatie kan zowel sociaal als medisch van aard zijn. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft in 2005 wel een advies voor gemeenten opgesteld:

Als gemeenten in 2005 op grond van autonoom beleid voorzien in kinderopvang voor de sociaal medische doelgroep rijst de vraag op welke wijze een ouderbijdrage kan worden berekend. Onder de bestaande stimuleringsregelingen voor kinderopvang publiceerde de rijksoverheid jaarlijks een adviestabel. Voor de sociaal medische doelgroep zal de VNG voor 2005 geen adviestabel voor de berekening van de ouderbijdrage publiceren. In plaats daarvan adviseren wij voor alle huishoudens die de gemeente tot de sociaal medische doelgroep rekent een vast percentage van de kosten van kinderopvang als ouderbijdrage in rekening te brengen.

Sommige gemeenten blijken het budget voor de Sociaal Medische doelgroep toe te voegen aan het budget voor de bijzondere bijstand. In de bijzondere bijstand wordt ook rekening gehouden met het inkomen van de ouders. Door aan te sluiten bij deze systematiek kunnen gemeenten ook voorkomen dat er uitsluitend voor deze doelgroep een aparte berekeningsmethodiek moet worden ontwikkeld.

Ook is het mogelijk dat een gemeente aansluiting zoekt bij de berekeningswijze zoals die onder het bestaande regime wordt gehanteerd. De adviestabel over 2004 kan dan, bijvoorbeeld na indexering op de voor die tabel gebruikelijke wijze (De CBS index CAO lonen van juni 2003 tot juni 2004 levert dan een stijging op van 1,9 %), worden toegepast voor de sociaal medische doelgroep in 2005.

Aansluiting zoeken bij de systematiek van de Wet kinderopvang tenslotte is ook mogelijk. Met behulp van de tabellen uit het Besluit tegemoetkoming kosten kinderopvang kan dan een "fictieve" berekening gemaakt worden van de bijdrage die de ouders zouden moeten betalen als zij onder de Wet kinderopvang waren gevallen.

Elk van bovenstaande drie alternatieven is zeker mogelijk om de ouderbijdrage van de Sociaal Medische doelgroep te berekenen. Er is geen wet- en regelgeving die zich tegen één van deze alternatieven verzet. Doorslaggevend voor het VNG advies is echter de uitvoeringstechnische complexiteit van met name de twee laatstgenoemde alternatieven. Dit neemt niet weg dat een gemeente, als er bijvoorbeeld onder het bestaande regime al kennis en ervaring met het berekenen van ouderbijdragen aanwezig is, een andere berekeningswijze kan hanteren.